BWBR0027553
Geldig vanaf 2004-04-06
Artikel 3
Beleidsregel ontheffingsregeling voor een Commercial Cruising Vessel
1. Indien de aanvrager van een ontheffing, als bedoeld in artikel 2, de bedoelde voorwaarde voor ontheffing wenst aan te tonen dient het klassencertificaat als bedoeld in artikel 2, onder a, met de klassenverklaring als bedoeld in artikel 2 onder b, tezamen met aanvraag voor ontheffing bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te worden ingediend.
2. Het klassencertificaat bevat ten minste:
a. voldoende gegevens om het schip uniek te kunnen identificeren;
b. voldoende gegevens om te kunnen verifiëren of aan de ontheffingsvoorwaarden is voldaan.
3. Een klassencertificaat is voor de toepassing van deze beleidsregel slechts geldig, indien de door het klassenbureau bepaalde geldigheidsduur van het certificaat niet is verstreken.
4. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan verlangen dat tezamen met het klassencertificaat ook een afschrift van de toegepaste klassenregels wordt ingediend.
2. Het klassencertificaat bevat ten minste:
a. voldoende gegevens om het schip uniek te kunnen identificeren;
b. voldoende gegevens om te kunnen verifiëren of aan de ontheffingsvoorwaarden is voldaan.
3. Een klassencertificaat is voor de toepassing van deze beleidsregel slechts geldig, indien de door het klassenbureau bepaalde geldigheidsduur van het certificaat niet is verstreken.
4. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan verlangen dat tezamen met het klassencertificaat ook een afschrift van de toegepaste klassenregels wordt ingediend.