BWBR0027535
Geldig vanaf 2010-04-20
Artikel 6
Subsidieregeling BIOS PO en VO
1. Een beschikking tot subsidieverstrekking wordt gegeven binnen 9 weken na indiening van de aanvraag.
2. Op aanvragen die worden ingediend voor 15 april van het jaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden, wordt gelijktijdig beslist.
3. De Minister weigert de gevraagde subsidie, indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, reeds op andere wijze worden gesubsidieerd;
b. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd betrekking hebben op de introductie van internationalisering in het curriculum en voor die activiteiten reeds in de drie voorafgaande jaren subsidie is verstrekt op grond van deze regeling; of
c. toekenning zou leiden tot overschrijding van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 4.
4. De Minister kan de gevraagde subsidie voorts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien hij van oordeel is dat:
a. de activiteiten, mede gelet op het beschikbare budget, bedoeld in artikel 4, in onvoldoende mate bijdragen aan de internationalisering in het primair en het voortgezet onderwijs; of
b. de activiteiten in onvoldoende mate een relatie hebben met de leerdoelen van de instelling.
5. Indien, na de gelijktijdige beslissing, bedoeld in het tweede lid, de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 4, niet zijn bereikt, wordt het resterende budget aangewend voor aanvragen die na de termijn, bedoeld in het tweede lid, zijn ingediend, mits die aanvragen tevens 9 weken voordat de activiteiten zullen plaatsvinden, zijn ingediend. De aanvragen worden beoordeeld overeenkomstig het derde en het vierde lid en met inachtneming van de maximumbedragen genoemd in artikel 7.
2. Op aanvragen die worden ingediend voor 15 april van het jaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden, wordt gelijktijdig beslist.
3. De Minister weigert de gevraagde subsidie, indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, reeds op andere wijze worden gesubsidieerd;
b. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd betrekking hebben op de introductie van internationalisering in het curriculum en voor die activiteiten reeds in de drie voorafgaande jaren subsidie is verstrekt op grond van deze regeling; of
c. toekenning zou leiden tot overschrijding van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 4.
4. De Minister kan de gevraagde subsidie voorts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien hij van oordeel is dat:
a. de activiteiten, mede gelet op het beschikbare budget, bedoeld in artikel 4, in onvoldoende mate bijdragen aan de internationalisering in het primair en het voortgezet onderwijs; of
b. de activiteiten in onvoldoende mate een relatie hebben met de leerdoelen van de instelling.
5. Indien, na de gelijktijdige beslissing, bedoeld in het tweede lid, de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 4, niet zijn bereikt, wordt het resterende budget aangewend voor aanvragen die na de termijn, bedoeld in het tweede lid, zijn ingediend, mits die aanvragen tevens 9 weken voordat de activiteiten zullen plaatsvinden, zijn ingediend. De aanvragen worden beoordeeld overeenkomstig het derde en het vierde lid en met inachtneming van de maximumbedragen genoemd in artikel 7.