BWBR0027502
Geldig vanaf 2010-04-15
Artikel 3
Regeling monitoring kaderrichtlijn water
1. In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluitbepaald dat een oppervlaktewater-lichaam voor een kwaliteitselement voldoet aan de richtwaarde voor de goede ecologische toestand van het type natuurlijk oppervlaktewater-lichaam waartoe het waterlichaam behoort, indien het oppervlaktewater-lichaam blijkens de monitoringsresultaten:
a. voor specifieke verontreinigende stoffen geen hogere concentratie van een in de bijlage bij deze regeling vermelde stof bevat dan de waarde die daarin voor de desbetreffende stof is vermeld, en
b. voor de andere kwaliteitselementen voldoet aan alle waarden, die voor deze kwaliteitselementen voor het type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam waarin het desbetreffende waterlichaam is ingedeeld, zijn opgenomen in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen.
2. In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de toepassing van artikel 6, tweede lid, van het besluitbepaald dat een sterk veranderd of kunstmatig oppervlaktewaterlichaam voor een kwaliteitselement voldoet aan het vereiste van een goed ecologisch potentieel, indien het oppervlaktewaterlichaam blijkens de monitoringsresultaten voldoet aan de specificaties die voor het kwaliteitselement zijn vastgesteld in:
a. het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft;
b. het regionale waterplan, indien het regionale wateren betreft.
3. Voor de indeling van een oppervlaktewaterlichaam in een type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam worden de karakteriseringen gehanteerd, die voor de onderscheiden typen natuurlijke oppervlaktewaterlichamen zijn opgenomen in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen. Indien sprake is van een kunstmatig oppervlaktewaterlichaam kan voor de indeling daarvan tevens gebruik worden gemaakt van het Stowa-rapport voor sloten en kanalen.
a. voor specifieke verontreinigende stoffen geen hogere concentratie van een in de bijlage bij deze regeling vermelde stof bevat dan de waarde die daarin voor de desbetreffende stof is vermeld, en
b. voor de andere kwaliteitselementen voldoet aan alle waarden, die voor deze kwaliteitselementen voor het type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam waarin het desbetreffende waterlichaam is ingedeeld, zijn opgenomen in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen.
2. In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de toepassing van artikel 6, tweede lid, van het besluitbepaald dat een sterk veranderd of kunstmatig oppervlaktewaterlichaam voor een kwaliteitselement voldoet aan het vereiste van een goed ecologisch potentieel, indien het oppervlaktewaterlichaam blijkens de monitoringsresultaten voldoet aan de specificaties die voor het kwaliteitselement zijn vastgesteld in:
a. het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft;
b. het regionale waterplan, indien het regionale wateren betreft.
3. Voor de indeling van een oppervlaktewaterlichaam in een type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam worden de karakteriseringen gehanteerd, die voor de onderscheiden typen natuurlijke oppervlaktewaterlichamen zijn opgenomen in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen. Indien sprake is van een kunstmatig oppervlaktewaterlichaam kan voor de indeling daarvan tevens gebruik worden gemaakt van het Stowa-rapport voor sloten en kanalen.