BWBR0027466
Geldig vanaf 2010-10-01
Artikel 64
Wet veiligheidsregio’s
1. Overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. De raad van een gemeente kan bij verordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid. De boete is niet hoger dan de geldboete, bedoeld in het eerste lid.
3. Overtreding van het bij of krachtens artikel 30bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
4. Overtreding van het bij of krachtens artikel 31, tweede, vijfde en zesde lidbepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
5. In geval van overtreding van artikel 31, tweede lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar.
6. Handelen in strijd met de artikelen 48, eerste lid, en 50, tweede lid, is een strafbaar feit, indien dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 48, zesde lid, onderscheidenlijk artikel 50, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.
7. De in het eerste en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
2. De raad van een gemeente kan bij verordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3, tweede en derde lid. De boete is niet hoger dan de geldboete, bedoeld in het eerste lid.
3. Overtreding van het bij of krachtens artikel 30bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
4. Overtreding van het bij of krachtens artikel 31, tweede, vijfde en zesde lidbepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
5. In geval van overtreding van artikel 31, tweede lid, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar.
6. Handelen in strijd met de artikelen 48, eerste lid, en 50, tweede lid, is een strafbaar feit, indien dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 48, zesde lid, onderscheidenlijk artikel 50, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.
7. De in het eerste en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.