BWBR0027409
Geldig vanaf 2010-07-01
Artikel 3
Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten
1. Degene die anders dan in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding doet door tussenkomst van de Dienst:
a. verstrekt hierbij aan de Dienst een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening en zijn burgerservicenummer, of , indien hij niet beschikt over een burgerservicenummer, zijn persoonsgegevens ; of
b. identificeert zich op een andere wijze ten genoege van de Dienst.
2. Indien in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gedaan door tussenkomst van de Dienst en de betrokkene niet over een code beschikt op grond van artikel 2, is artikel 2, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien het oriëntatieverzoek of de graafmelding wordt gedaan door een bestuursorgaan dat niet op grond van artikel 2over een code beschikt, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
a. verstrekt hierbij aan de Dienst een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening en zijn burgerservicenummer, of , indien hij niet beschikt over een burgerservicenummer, zijn persoonsgegevens ; of
b. identificeert zich op een andere wijze ten genoege van de Dienst.
2. Indien in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gedaan door tussenkomst van de Dienst en de betrokkene niet over een code beschikt op grond van artikel 2, is artikel 2, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien het oriëntatieverzoek of de graafmelding wordt gedaan door een bestuursorgaan dat niet op grond van artikel 2over een code beschikt, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.