BWBR0027355
Geldig vanaf 2010-03-10
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging voor de directie Algemene Economische Politiek en het Bureau Europa van het Ministerie van Economische Zaken 2010
Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:
a. onderwerpen waarover binnen het MT pSG geen overeenstemming bestaat;
b. personeelsaangelegenheden, met uitzondering van de in artikel 3 en 4 genoemde aangelegenheden;
c. het aangaan van financiële verplichtingen ten laste van het budget voor opdrachten en onderzoek en het accorderen van de desbetreffende betalingen;
d. aangelegenheden: 1°. ten aanzien waarvan de plaatsvervangend secretaris-generaal in een incidenteel geval aan het MT pSG mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door het MT pSG aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd.
1°. ten aanzien waarvan de plaatsvervangend secretaris-generaal in een incidenteel geval aan het MT pSG mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door het MT pSG aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd.
a. onderwerpen waarover binnen het MT pSG geen overeenstemming bestaat;
b. personeelsaangelegenheden, met uitzondering van de in artikel 3 en 4 genoemde aangelegenheden;
c. het aangaan van financiële verplichtingen ten laste van het budget voor opdrachten en onderzoek en het accorderen van de desbetreffende betalingen;
d. aangelegenheden: 1°. ten aanzien waarvan de plaatsvervangend secretaris-generaal in een incidenteel geval aan het MT pSG mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door het MT pSG aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd.
1°. ten aanzien waarvan de plaatsvervangend secretaris-generaal in een incidenteel geval aan het MT pSG mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door het MT pSG aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd.