BWBR0027354
Geldig vanaf 2010-10-10
Artikel 3
Onderlinge regeling Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex art. 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van onderlinge beschikbaarstelling van detentiecapaciteit)
1. De landen stellen ten behoeve van elkaar tijdelijk detentiecapaciteit beschikbaar, indien onderbrenging van een gedetineerde in een ander land dan het land waarin het bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven of de vrijheidsstraf is opgelegd noodzakelijk is:
a. doordat vanwege bijzondere omstandigheden of een grootschalige actie van de politie de eigen detentiecapaciteit tijdelijk onvoldoende is;
b. met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
c. ter bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;
d. met het oog op het voorkomen of opsporen van strafbare feiten.
2. Indien meer dan één land detentiecapaciteit ter beschikking kan stellen, vindt onderbrenging plaats in het land dat het dichtst gelegen is bij de woonplaats van de gedetineerde.
3. Zodra de noodzaak tot onderbrenging in een ander land komt te ontvallen, keert de gedetineerde terug naar het land waarin het bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven of de vrijheidsstraf is opgelegd.
4. De landen vergoeden elkaar de kosten die voortvloeien uit de toepassing van deze regeling. Zij verlenen elkaar tevens alle medewerking om de uitoefening van de wettelijke verantwoordelijkheden jegens de gedetineerde te kunnen verzekeren. Met het oog daarop worden schriftelijke afspraken gemaakt over tussentijdse berichtgeving betreffende het gedrag en de toestand van de gedetineerde.
5. In het belang van een goede resocialisatie keert de gedetineerde in ieder geval binnen een redelijke termijn vóór het tijdstip waarop de tenuitvoerlegging van de straf eindigt, terug.
a. doordat vanwege bijzondere omstandigheden of een grootschalige actie van de politie de eigen detentiecapaciteit tijdelijk onvoldoende is;
b. met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
c. ter bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;
d. met het oog op het voorkomen of opsporen van strafbare feiten.
2. Indien meer dan één land detentiecapaciteit ter beschikking kan stellen, vindt onderbrenging plaats in het land dat het dichtst gelegen is bij de woonplaats van de gedetineerde.
3. Zodra de noodzaak tot onderbrenging in een ander land komt te ontvallen, keert de gedetineerde terug naar het land waarin het bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven of de vrijheidsstraf is opgelegd.
4. De landen vergoeden elkaar de kosten die voortvloeien uit de toepassing van deze regeling. Zij verlenen elkaar tevens alle medewerking om de uitoefening van de wettelijke verantwoordelijkheden jegens de gedetineerde te kunnen verzekeren. Met het oog daarop worden schriftelijke afspraken gemaakt over tussentijdse berichtgeving betreffende het gedrag en de toestand van de gedetineerde.
5. In het belang van een goede resocialisatie keert de gedetineerde in ieder geval binnen een redelijke termijn vóór het tijdstip waarop de tenuitvoerlegging van de straf eindigt, terug.