BWBR0027308
Geldig vanaf 2009-04-29
Artikel VI
Besluit nadere vaststelling organisatie en taakverdeling AZ 2009
De Dienst Publiek en Communicatie te belasten met de ondersteuning van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de communicatie met publiek en professionals, in welk verband de navolgende taken in het bijzonder zijn te noemen:
a. Het ontwikkelen en onderhouden van gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de overheidsvoorlichting;
b. Het ondersteunen van onderdelen van de overheid bij het gezamenlijk verbeteren en uitvoeren van de communicatie met het publiek door het effectief en efficiënt inzetten van massamediale campagnes;
c. Het laten vervaardigen en distribueren van communicatiematerialen en het verzorgen van collectieve media-inkoop ten behoeve van de overheid;
d. Het ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de kwaliteit van de communicatie en het ontwikkelen, verbinden en borgen van kennis;
e. Het ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van betrouwbare en toegankelijke publieksvoorlichting via telefoon, e-mail en Internet;
f. Het gebruik van zendtijd op radio en televisie zoals toegewezen aan de minister van Algemene Zaken op basis van de Mediawet ten behoeve van overheidsvoorlichting;
g. Consultatie en overleg inzake overheidsvoorlichting onder bijzondere omstandigheden.
a. Het ontwikkelen en onderhouden van gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de overheidsvoorlichting;
b. Het ondersteunen van onderdelen van de overheid bij het gezamenlijk verbeteren en uitvoeren van de communicatie met het publiek door het effectief en efficiënt inzetten van massamediale campagnes;
c. Het laten vervaardigen en distribueren van communicatiematerialen en het verzorgen van collectieve media-inkoop ten behoeve van de overheid;
d. Het ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de kwaliteit van de communicatie en het ontwikkelen, verbinden en borgen van kennis;
e. Het ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van betrouwbare en toegankelijke publieksvoorlichting via telefoon, e-mail en Internet;
f. Het gebruik van zendtijd op radio en televisie zoals toegewezen aan de minister van Algemene Zaken op basis van de Mediawet ten behoeve van overheidsvoorlichting;
g. Consultatie en overleg inzake overheidsvoorlichting onder bijzondere omstandigheden.