BWBR0027271
Geldig vanaf 2010-02-21
Artikel 5
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Werk en Inkomen gemeente Amsterdam 2010
De directeur van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de bij die dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de teams Opsporing van de Afdeling Handhaving van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en voor de toetsen van de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar, en hoeveel personen in dat jaar voor die examens zijn geslaagd.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de teams Opsporing van de Afdeling Handhaving van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en voor de toetsen van de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar, en hoeveel personen in dat jaar voor die examens zijn geslaagd.