BWBR0027245
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 5
Uitvoeringsregeling emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer
1. De drijver van de inrichting onderhoudt de ter controle van de emissiegrenswaarden geïnstalleerde apparatuur zodanig dat de goede werking van die apparatuur is gewaarborgd.
2. Indien zich een storing voordoet in de apparatuur:
a. neemt hij onverwijld de nodige maatregelen tot opheffing van die storing, en
b. brengt hij geen wijzigingen aan in het gebruik van de stookinstallatie, die een substantiële stijging van de uitworp van de te meten stof te weeg kunnen brengen.
2. Indien zich een storing voordoet in de apparatuur:
a. neemt hij onverwijld de nodige maatregelen tot opheffing van die storing, en
b. brengt hij geen wijzigingen aan in het gebruik van de stookinstallatie, die een substantiële stijging van de uitworp van de te meten stof te weeg kunnen brengen.