BWBR0027195
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 1
Gedragscode Integriteit AZ 2009
In deze regeling wordt verstaan onder:
1. a. Gedrag in strijd met de kernwaarden genoemd in paragraaf 1.3 van de Modelgedragscode Sector Rijk en het handelen of nalaten dat plichtsverzuim oplevert in de zin van artikel 50 en 80 van het ARAR;
b. In ieder geval wordt als niet-integer gedrag beschouwd: het schenden van geheimhoudingsverplichting (272 WbvSr; 125a AW en 2:5 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), het frauderen (225 WbvSr; 326 WbvSr en 360 WbvSr), het plegen van diefstal en verduistering (310 WbvSr en 321 WbvSr), ongeoorloofde nevenwerkzaamheden (61 ARAR), alcohol- en drugsgebruik (78 ARAR), aannemen van geschenken (64 ARAR), discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten op het werk, oneigenlijk gebruik van dienstmateriaal, niet-integer financieel gedrag (62 ARAR), verstrekken van valse informatie of het verzwijgen van informatie (61a ARAR).
a. Gedrag in strijd met de kernwaarden genoemd in paragraaf 1.3 van de Modelgedragscode Sector Rijk en het handelen of nalaten dat plichtsverzuim oplevert in de zin van artikel 50 en 80 van het ARAR;
b. In ieder geval wordt als niet-integer gedrag beschouwd: het schenden van geheimhoudingsverplichting (272 WbvSr; 125a AW en 2:5 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), het frauderen (225 WbvSr; 326 WbvSr en 360 WbvSr), het plegen van diefstal en verduistering (310 WbvSr en 321 WbvSr), ongeoorloofde nevenwerkzaamheden (61 ARAR), alcohol- en drugsgebruik (78 ARAR), aannemen van geschenken (64 ARAR), discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten op het werk, oneigenlijk gebruik van dienstmateriaal, niet-integer financieel gedrag (62 ARAR), verstrekken van valse informatie of het verzwijgen van informatie (61a ARAR).
2. de minister: de Minister van Algemene Zaken.
3. het ministerie: het Ministerie van Algemene Zaken en de daaronder ressorterende diensten.
4. de medewerker: de ambtenaar in de zin van het ARAR werkzaam bij het ministerie.
5. – de secretaris-generaal;
– het hoofd KMP;
– de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
– de directeur Dienst Publiek en Communicatie;
– de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;
– de directeur Financieel Economische Zaken;
– het hoofd Personeel & Organisatie;
– het hoofd Facilitaire zaken;
– het hoofd Communicatietechnologie, Informatie en Documentmanagement.
– de secretaris-generaal;
– het hoofd KMP;
– de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
– de directeur Dienst Publiek en Communicatie;
– de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;
– de directeur Financieel Economische Zaken;
– het hoofd Personeel & Organisatie;
– het hoofd Facilitaire zaken;
– het hoofd Communicatietechnologie, Informatie en Documentmanagement.
6. de adviseur integriteit: de door de secretaris-generaal aangewezen adviseur op het gebied van integriteitvraagstukken.
7. nevenwerkzaamheden: werkzaamheden die worden verricht naast de ambtelijke werkzaamheden en die mogelijk de belangen van de dienst en de functievervulling kunnen raken (zie de artikelen 61 en 62 van het ARAR).
8. registratiepunt integriteit: het verzamel-, toets- en archiefpunt van meldingen en/of besluiten ten aanzien van nevenwerkzaamheden en geschenken.
9. een geschenk: een vergoeding, beloning, gift of belofte, in welke vorm dan ook, die aan een medewerker in de hoedanigheid van ambtenaar zonder toestemming van zijn leidinggevende, door een derde wordt gedaan.
10. een standaard relatiegeschenk: een geschenk van geringe waarde dat door een derde in het algemeen aan zijn relaties ook als zodanig pleegt te worden aangeboden.
11. voorkennis: bekendheid met een bijzonderheid omtrent een rechtspersoon, vennootschap of instelling, waarvan de medewerker, die de bijzonderheid kent, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij niet openbaar is en dat zij niet zonder schending van de geheimhouding buiten de kring van geheimhoudingsplichtigen kan komen of is gekomen.
1. a. Gedrag in strijd met de kernwaarden genoemd in paragraaf 1.3 van de Modelgedragscode Sector Rijk en het handelen of nalaten dat plichtsverzuim oplevert in de zin van artikel 50 en 80 van het ARAR;
b. In ieder geval wordt als niet-integer gedrag beschouwd: het schenden van geheimhoudingsverplichting (272 WbvSr; 125a AW en 2:5 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), het frauderen (225 WbvSr; 326 WbvSr en 360 WbvSr), het plegen van diefstal en verduistering (310 WbvSr en 321 WbvSr), ongeoorloofde nevenwerkzaamheden (61 ARAR), alcohol- en drugsgebruik (78 ARAR), aannemen van geschenken (64 ARAR), discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten op het werk, oneigenlijk gebruik van dienstmateriaal, niet-integer financieel gedrag (62 ARAR), verstrekken van valse informatie of het verzwijgen van informatie (61a ARAR).
a. Gedrag in strijd met de kernwaarden genoemd in paragraaf 1.3 van de Modelgedragscode Sector Rijk en het handelen of nalaten dat plichtsverzuim oplevert in de zin van artikel 50 en 80 van het ARAR;
b. In ieder geval wordt als niet-integer gedrag beschouwd: het schenden van geheimhoudingsverplichting (272 WbvSr; 125a AW en 2:5 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), het frauderen (225 WbvSr; 326 WbvSr en 360 WbvSr), het plegen van diefstal en verduistering (310 WbvSr en 321 WbvSr), ongeoorloofde nevenwerkzaamheden (61 ARAR), alcohol- en drugsgebruik (78 ARAR), aannemen van geschenken (64 ARAR), discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten op het werk, oneigenlijk gebruik van dienstmateriaal, niet-integer financieel gedrag (62 ARAR), verstrekken van valse informatie of het verzwijgen van informatie (61a ARAR).
2. de minister: de Minister van Algemene Zaken.
3. het ministerie: het Ministerie van Algemene Zaken en de daaronder ressorterende diensten.
4. de medewerker: de ambtenaar in de zin van het ARAR werkzaam bij het ministerie.
5. – de secretaris-generaal;
– het hoofd KMP;
– de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
– de directeur Dienst Publiek en Communicatie;
– de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;
– de directeur Financieel Economische Zaken;
– het hoofd Personeel & Organisatie;
– het hoofd Facilitaire zaken;
– het hoofd Communicatietechnologie, Informatie en Documentmanagement.
– de secretaris-generaal;
– het hoofd KMP;
– de directeur-generaal Rijksvoorlichtingsdienst;
– de directeur Dienst Publiek en Communicatie;
– de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;
– de directeur Financieel Economische Zaken;
– het hoofd Personeel & Organisatie;
– het hoofd Facilitaire zaken;
– het hoofd Communicatietechnologie, Informatie en Documentmanagement.
6. de adviseur integriteit: de door de secretaris-generaal aangewezen adviseur op het gebied van integriteitvraagstukken.
7. nevenwerkzaamheden: werkzaamheden die worden verricht naast de ambtelijke werkzaamheden en die mogelijk de belangen van de dienst en de functievervulling kunnen raken (zie de artikelen 61 en 62 van het ARAR).
8. registratiepunt integriteit: het verzamel-, toets- en archiefpunt van meldingen en/of besluiten ten aanzien van nevenwerkzaamheden en geschenken.
9. een geschenk: een vergoeding, beloning, gift of belofte, in welke vorm dan ook, die aan een medewerker in de hoedanigheid van ambtenaar zonder toestemming van zijn leidinggevende, door een derde wordt gedaan.
10. een standaard relatiegeschenk: een geschenk van geringe waarde dat door een derde in het algemeen aan zijn relaties ook als zodanig pleegt te worden aangeboden.
11. voorkennis: bekendheid met een bijzonderheid omtrent een rechtspersoon, vennootschap of instelling, waarvan de medewerker, die de bijzonderheid kent, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij niet openbaar is en dat zij niet zonder schending van de geheimhouding buiten de kring van geheimhoudingsplichtigen kan komen of is gekomen.