BWBR0027129
Geldig vanaf 31-12-2014
Artikel 3
Besluit mandaat en machtiging KVNR en Stichting Scheepvaart Tijdelijke subsidieregeling kennismakingsstages scheepvaart
1. Aan de directeur van het Bureau van de KVNR wordt mandaat verleend om in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling kennismakingsstages scheepvaart namens de Minister beslissingen op bezwaar te nemen, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.
2. De directeur van het Bureau van de KVNR kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan een of meerdere onder hem ressorterende medewerkers of aan de directeur van de Stichting Scheepvaart, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde persoon is genomen.
3. De directeur van de Stichting Scheepvaart kan, van het aan hem krachtens het tweede lid verleende ondermandaat, ondermandaat verlenen aan medewerkers van het O&O-fonds.
4. Aan de directeur van het Bureau van de KVNR wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
5. De directeur van het Bureau van de KVNR kan de in het vierde lid aan hem verleende machtiging verlenen aan een of meerdere onder hem ressorterende medewerkers of aan de directeur van de Stichting Scheepvaart.
6. De directeur van de Stichting Scheepvaart kan de aan hem krachtens het vijfde lid verleende machtiging verlenen aan medewerkers van het O&O-fonds.
2. De directeur van het Bureau van de KVNR kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan een of meerdere onder hem ressorterende medewerkers of aan de directeur van de Stichting Scheepvaart, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde persoon is genomen.
3. De directeur van de Stichting Scheepvaart kan, van het aan hem krachtens het tweede lid verleende ondermandaat, ondermandaat verlenen aan medewerkers van het O&O-fonds.
4. Aan de directeur van het Bureau van de KVNR wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
5. De directeur van het Bureau van de KVNR kan de in het vierde lid aan hem verleende machtiging verlenen aan een of meerdere onder hem ressorterende medewerkers of aan de directeur van de Stichting Scheepvaart.
6. De directeur van de Stichting Scheepvaart kan de aan hem krachtens het vijfde lid verleende machtiging verlenen aan medewerkers van het O&O-fonds.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027129
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl