BWBR0027061
Geldig vanaf 2010-03-17
Artikel 10
Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009
1. Tenzij een afwijkingsgrond als bedoeld in dit besluit van toepassing is, is de vaststelling van een regionaal waterplan voor elk daarin opgenomen grondwaterlichaam gericht op de verwezenlijking van de volgende Europese milieukwaliteitseis voor water: in een grondwaterlichaam vinden met ingang van 22 december 2009 geen significante en aanhoudend stijgende trends plaats in de concentraties van verontreinigende stoffen, groepen verontreinigende stoffen of indicatoren van verontreiniging, die een significant schaderisico opleveren voor de kwaliteit van een aquatisch of terrestrisch ecosysteem, de menselijke gezondheid of voor het rechtmatig gebruik, feitelijk of potentieel, van het watermilieu.
2. Een significante en aanhoudend stijgende trend levert een significant schaderisico als bedoeld in het eerste lid, op, indien het beginpunt voor een trendomkering wordt of dreigt te worden overschreden, en niet de overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van de grondwaterrichtlijn vereiste maatregelen worden genomen.
3. Het beginpunt voor een trendomkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 75 procent van de Europese milieukwaliteitseisen voor water die in bijlage II, tabellen 1 en 2, bij dit besluit zijn opgenomen.
4. Van de ingevolge het eerste lid te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot het in het derde lid vermelde percentage worden afgeweken indien:
a. sprake is van een situatie als bedoeld in bijlage IV, deel B, punt 1, onder c, van de grondwaterrichtlijn,
b. in het regionale waterplan voor een grondwaterlichaam een hoger percentage is vermeld,
c. is voldaan aan alle voorwaarden van de in onderdeel a genoemde bepaling, en
d. de reden van de afwijking is vermeld in het in onderdeel b bedoelde plan.
2. Een significante en aanhoudend stijgende trend levert een significant schaderisico als bedoeld in het eerste lid, op, indien het beginpunt voor een trendomkering wordt of dreigt te worden overschreden, en niet de overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van de grondwaterrichtlijn vereiste maatregelen worden genomen.
3. Het beginpunt voor een trendomkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 75 procent van de Europese milieukwaliteitseisen voor water die in bijlage II, tabellen 1 en 2, bij dit besluit zijn opgenomen.
4. Van de ingevolge het eerste lid te verwezenlijken Europese milieukwaliteitseis voor water kan met betrekking tot het in het derde lid vermelde percentage worden afgeweken indien:
a. sprake is van een situatie als bedoeld in bijlage IV, deel B, punt 1, onder c, van de grondwaterrichtlijn,
b. in het regionale waterplan voor een grondwaterlichaam een hoger percentage is vermeld,
c. is voldaan aan alle voorwaarden van de in onderdeel a genoemde bepaling, en
d. de reden van de afwijking is vermeld in het in onderdeel b bedoelde plan.