BWBR0027058
Geldig vanaf 2010-07-01
Artikel V
Aanpassingswet Wet op de rechtsbijstand (bestuurlijke centralisatie raden voor rechtsbijstand)
1. De personen die op de dag vóórafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstandzoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden van rechtswege ontslagen en in dienst genomen door de in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand bedoelde raad krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht als bedoeld in artikel 11 van de Wet op de rechtsbijstand.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, verkrijgen bij de raad een rechtspositie die in totaliteit ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechtsbijstandzoals dat luidde vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van deze wet.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, verkrijgen bij de raad een rechtspositie die in totaliteit ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechtsbijstandzoals dat luidde vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van deze wet.