BWBR0027056
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 4
Regeling voorschotverlening op uitkeringen AWBZ 2010
1. De betaling van het voorschot, bedoeld in artikel 3, tweede lid, geschiedt in twaalf maandelijkse gelijke termijnen en vangt aan in de maand februari van het jaar t met als betaaldag de eerste werkdag van de maand.
2. In afwijking van het eerste lid, kan het college een voorschot dat minder dan 3.000 euro bedraagt, in één termijn betalen, met als betaaldag de eerste werkdag van de maand juli van het jaar t.
3. Voor een zorgverzekeraar, die zich na 1 januari van het jaar t bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meldt op grond van artikel 33 AWBZ, kan van het eerste en tweede lid worden afgeweken.
2. In afwijking van het eerste lid, kan het college een voorschot dat minder dan 3.000 euro bedraagt, in één termijn betalen, met als betaaldag de eerste werkdag van de maand juli van het jaar t.
3. Voor een zorgverzekeraar, die zich na 1 januari van het jaar t bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meldt op grond van artikel 33 AWBZ, kan van het eerste en tweede lid worden afgeweken.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027056
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl