BWBR0027054
Geldig vanaf 2010-03-01
Artikel V
Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs, enz. (medezeggenschap educatie en beroepsonderwijs)
1. De aan een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijsbestaande medezeggenschapsraad houdt op te bestaan op de datum waarop het bevoegd gezag voor de instelling waaraan de medezeggenschapsraad is verbonden, of mede voor die instelling, een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in de Wet op de ondernemingsradenheeft ingesteld, doch uiterlijk één jaar na inwerkingtreding van deze wet. Tot de datum waarop de bestaande medezeggenschapsraad voor een instelling ophoudt te bestaan, blijft op die instelling van toepassing de Wet medezeggenschap onderwijs 1992, zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet.
2. Met ingang van de datum waarop de bestaande medezeggenschapsraad voor een instelling ophoudt te bestaan, houden eveneens op te bestaan de voor die instelling ingestelde geledingenraden en deelraden en de mede voor die instelling ingestelde gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en gemeenschappelijke geledingenraden.
3. Met ingang van de in het eerste en tweede lid bedoelde datum, is de Wet educatie en beroepsonderwijszoals luidend na inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.
2. Met ingang van de datum waarop de bestaande medezeggenschapsraad voor een instelling ophoudt te bestaan, houden eveneens op te bestaan de voor die instelling ingestelde geledingenraden en deelraden en de mede voor die instelling ingestelde gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en gemeenschappelijke geledingenraden.
3. Met ingang van de in het eerste en tweede lid bedoelde datum, is de Wet educatie en beroepsonderwijszoals luidend na inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.