BWBR0027027
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 2
Beleidsregel ‘Toepassing hardheidsclausule aanvullende voorziening reisrecht’ (ex artikel 11.5 Wet studiefinanciering 2000)
1. Op verzoek van een thuiswonende studerende, die kan aantonen dat hij voor het verkeer tussen het woonadres en het adres van de onderwijsinstelling, waarbij hij is ingeschreven, of het stageadres voor het vervoer als voetganger op een pontveer per maand meer dan € 22,69 moet besteden, kan de Dienst Uitvoering Onderwijs het meerdere vergoeden;
2. Op verzoek van een thuiswonende studerende, die kan aantonen dat hij de onderwijsinstelling, waarbij hij is ingeschreven, of het stageadres ’s ochtends per eerste gelegenheid, met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet tijdig kan bereiken of met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet meer thuis kan komen, kan de Dienst Uitvoering Onderwijs een tegemoetkoming toekennen gelijk aan het bedrag, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2, WSF 2000.
3. Op verzoek van een uitwonende studerende, die kan aantonen dat hij het stageadres met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet tijdig kan bereiken of met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet meer thuis kan komen, kan de Dienst Uitvoering Onderwijs een tegemoetkoming toekennen gelijk aan het bedrag, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2, WSF 2000.
4. Op verzoek van een studerende kan, indien het adres van de onderwijsinstelling in het geheel niet met het openbaar vervoer bereikbaar is en de afstand tussen het adres van de onderwijsinstelling en het woonadres van de studerende 6 km of meer bedraagt, de Dienst Uitvoering Onderwijs een tegemoetkoming toekennen gelijk aan het bedrag, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2, WSF 2000.
2. Op verzoek van een thuiswonende studerende, die kan aantonen dat hij de onderwijsinstelling, waarbij hij is ingeschreven, of het stageadres ’s ochtends per eerste gelegenheid, met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet tijdig kan bereiken of met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet meer thuis kan komen, kan de Dienst Uitvoering Onderwijs een tegemoetkoming toekennen gelijk aan het bedrag, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2, WSF 2000.
3. Op verzoek van een uitwonende studerende, die kan aantonen dat hij het stageadres met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet tijdig kan bereiken of met gebruikmaking van het openbaar vervoer niet meer thuis kan komen, kan de Dienst Uitvoering Onderwijs een tegemoetkoming toekennen gelijk aan het bedrag, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2, WSF 2000.
4. Op verzoek van een studerende kan, indien het adres van de onderwijsinstelling in het geheel niet met het openbaar vervoer bereikbaar is en de afstand tussen het adres van de onderwijsinstelling en het woonadres van de studerende 6 km of meer bedraagt, de Dienst Uitvoering Onderwijs een tegemoetkoming toekennen gelijk aan het bedrag, als bedoeld in artikel 5.3, lid 2, WSF 2000.