1. De
artikelen 39a tot en met 39c van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op beroepen waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toepassing heeft gegeven aan
artikel 39a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998voordat deze wet in werking is getreden.
2. Indien het bij koninklijke boodschap van 26 juli 2008 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tracéwet, Spoedwet wegverbreding en de Wet ruimtelijke ordening met het oog op de verbetering van de beroepsprocedure (31 546) tot wet is of wordt verheven en artikel II, onderdeel B, van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, blijft artikel 14a van de Spoedwet wegverbreding, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing op beroepen waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toepassing heeft gegeven aan artikel 14a, eerste lid, van de Spoedwet wegverbreding voordat deze wet in werking is getreden.
3. Indien het bij koninklijke boodschap van 26 juli 2008 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tracéwet, Spoedwet wegverbreding en de Wet ruimtelijke ordening met het oog op de verbetering van de beroepsprocedure (31 546) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, blijft artikel 25d van de Tracéwet, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing op beroepen waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toepassing heeft gegeven aan artikel 25d, eerste lid, van de Tracéwet voordat deze wet in werking is getreden.
4. De
artikelen 6.6 tot en met 6.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op beroepen waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toepassing heeft gegeven aan
artikel 6.6, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtvoordat deze wet in werking is getreden.
5. Indien het bij koninklijke boodschap van 28 september 2006 ingediende voorstel van wet houdende regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (
Waterwet) (30 818) tot wet is of wordt verheven, en
hoofdstuk 9 van die weteerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, blijft hoofdstuk 9 van die wet, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing op beroepen waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toepassing heeft gegeven aan
artikel 9.1, eerste lid, van de Waterwetvoordat deze wet in werking is getreden.
6. Op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit, als bedoeld in
artikel 16.29, eerste lid, van de Wet milieubeheer, dat betrekking heeft op de planperiode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012, blijft
artikel 20.5a van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.
7. Indien het bij koninklijke boodschap van 26 juli 2008 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tracéwet, Spoedwet wegverbreding en de Wet ruimtelijke ordening met het oog op de verbetering van de beroepsprocedure (31 546) tot wet is of wordt verheven en artikel III van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, blijven de artikelen 8.4a tot en met 8.4f van de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing op beroepen waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toepassing heeft gegeven aan artikel 8.4b, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening voordat deze wet in werking is getreden.