BWBR0026869
Geldig vanaf 2011-06-06
Artikel V
Regeling intrekking subsidieregelingen (EZ 2009)
1. Voor zover nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig de regelingen, bedoeld in de artikelen I tot en met IV, met dien verstande dat:
a. de in de regelingen opgenomen verplichting tot het overleggen van een accountantsverklaring geldt voor subsidies van € 125.000 of meer per subsidie-ontvanger of, indien de subsidie-ontvanger een samenwerkingsverband is, per deelnemer in een samenwerkingsverband, en
b. verzoeken om vaststelling van de subsidie kunnen worden ingediend met gebruik van het in de bijlage bij de regeling opgenomen formulier.
2. De onderdelen a en b van het eerste lid gelden niet voor de regelingen bedoeld in:
– artikel I, onderdeel c;
– artikel II, onderdeel d;
– artikel III, onderdelen a tot en met c;
– artikel IV, onderdeel g.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid, blijven bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in de artikelen I tot en met IV, in stand.
4. De benoemingen van de leden van de adviescommissies genoemd in kolom 1 krachtens de in kolom 2 genoemde subsidiebesluiten en -regelingen en de in kolom 3 genoemde artikelen, alsmede de op die benoemingen volgende vergoedingenbesluiten, gelden als benoemingen tot lid van de adviescommissies genoemd in kolom 4 krachtens de in kolom 5 genoemde subsidieregelingen en de in kolom 6 genoemde artikelen en als op deze benoemingen volgende vergoedingenbesluiten.
[tabel]
a. de in de regelingen opgenomen verplichting tot het overleggen van een accountantsverklaring geldt voor subsidies van € 125.000 of meer per subsidie-ontvanger of, indien de subsidie-ontvanger een samenwerkingsverband is, per deelnemer in een samenwerkingsverband, en
b. verzoeken om vaststelling van de subsidie kunnen worden ingediend met gebruik van het in de bijlage bij de regeling opgenomen formulier.
2. De onderdelen a en b van het eerste lid gelden niet voor de regelingen bedoeld in:
– artikel I, onderdeel c;
– artikel II, onderdeel d;
– artikel III, onderdelen a tot en met c;
– artikel IV, onderdeel g.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid, blijven bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in de artikelen I tot en met IV, in stand.
4. De benoemingen van de leden van de adviescommissies genoemd in kolom 1 krachtens de in kolom 2 genoemde subsidiebesluiten en -regelingen en de in kolom 3 genoemde artikelen, alsmede de op die benoemingen volgende vergoedingenbesluiten, gelden als benoemingen tot lid van de adviescommissies genoemd in kolom 4 krachtens de in kolom 5 genoemde subsidieregelingen en de in kolom 6 genoemde artikelen en als op deze benoemingen volgende vergoedingenbesluiten.
[tabel]