BWBR0026822
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2009
De teamleider Verkeer van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, doch uiterlijk op 1 april, over het voorafgaande jaar verslag uit aan mij en vermeldt hierin in ieder geval:
a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
c. het aantal gevallen waarin gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
d. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat daadwerkelijk is uitgerust met handboeien en het aantal gevallen waarin daarvan gebruik is gemaakt;
e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door mij goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.
a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
c. het aantal gevallen waarin gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
d. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat daadwerkelijk is uitgerust met handboeien en het aantal gevallen waarin daarvan gebruik is gemaakt;
e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door mij goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.