BWBR0026786
Geldig vanaf 2009-12-12
Artikel 5
Regeling instelling Nationaal rapporteur mensenhandel 2009
1. De rapporten, genoemd in artikel 2, derde lid, bevatten in ieder geval:
a. een verantwoording van de wijze van onderzoek;
b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies;
c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en kinderpornografie.
2. De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot (de Nederlandse inbreng in) internationale organisaties en tot non-gouvernementele organisaties.
3. De Minister van Justitie zendt de rapporten ter kennisneming aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
a. een verantwoording van de wijze van onderzoek;
b. de resultaten van het verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies;
c. aanbevelingen ter verbetering van de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en kinderpornografie.
2. De aanbevelingen, genoemd in het eerste lid, onder c, kunnen zich richten tot de centrale overheid, lokale overheid en andere bestuursorganen, tot (de Nederlandse inbreng in) internationale organisaties en tot non-gouvernementele organisaties.
3. De Minister van Justitie zendt de rapporten ter kennisneming aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.