BWBR0026779
Geldig vanaf 2009-12-10
Artikel 3
Regeling dubbeltelling betere biobrandstoffen
1. De vergunninghouder zendt de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer jaarlijks met het overzicht, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het besluit, ten aanzien van biobrandstoffen waarop hij een wegingsfactor toepast, de informatie, bedoeld in bijlage IIbij deze regeling en met inachtneming van het format uit die bijlage.
2. In afwijking van het eerste lid, kan voor typen biobrandstoffen als bedoeld in bijlage III, de informatie beperkt blijven tot gegevens, waaruit blijkt dat het gaat om biobrandstoffen als bedoeld in die bijlage.
3. Bij de toezending van de informatie wordt voor biobrandstoffen, die zijn geproduceerd uit grondstoffen die lignocellulose bevatten, aangegeven welk deel van de biobrandstof is geproduceerd uit het lignocellulosedeel van de grondstof en welk deel is geproduceerd uit de overige componenten van de grondstof.
4. De informatie, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, is geverifieerd door een inspectie-instelling. Uit een verklaring van die inspectie-instelling blijkt dat een verificatie is uitgevoerd van de door de vergunninghouder voor de betreffende partij of partijen biobrandstoffen verstrekte informatie en dat deze biobrandstoffen met redelijke mate van zekerheid voldoen aan het bepaalde in genoemde leden en artikel 2.
2. In afwijking van het eerste lid, kan voor typen biobrandstoffen als bedoeld in bijlage III, de informatie beperkt blijven tot gegevens, waaruit blijkt dat het gaat om biobrandstoffen als bedoeld in die bijlage.
3. Bij de toezending van de informatie wordt voor biobrandstoffen, die zijn geproduceerd uit grondstoffen die lignocellulose bevatten, aangegeven welk deel van de biobrandstof is geproduceerd uit het lignocellulosedeel van de grondstof en welk deel is geproduceerd uit de overige componenten van de grondstof.
4. De informatie, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, is geverifieerd door een inspectie-instelling. Uit een verklaring van die inspectie-instelling blijkt dat een verificatie is uitgevoerd van de door de vergunninghouder voor de betreffende partij of partijen biobrandstoffen verstrekte informatie en dat deze biobrandstoffen met redelijke mate van zekerheid voldoen aan het bepaalde in genoemde leden en artikel 2.