BWBR0026736
Geldig vanaf 2009-12-02
Artikel 3
Tijdelijke regeling stageoffensief
1. De Minister verstrekt voor de jaren 2009 en 2010 per kalenderjaar aan de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven een bijdrage om zorg te dragen voor:
a. het behoud van het huidige aanbod van bpv-plaatsen,
b. het werven van extra bpv-plaatsen in verband met de onevenredig grote toename van deelnemers in de specifieke opleidingen, en
c. het op een efficiënte en effectieve wijze koppelen van deelnemers en bpv-plaatsen.
2. Ter uitwerking van de doelen, bedoeld in het eerste lid, besteedt een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven de bijdrage aan:
a. de gecoördineerde werkgeversbenadering in het kader van de bestrijding van jeugdwerkloosheid;
b. het samen met de sociale partners opstellen en uitvoeren van sectorale crisisplannen ter behoud van voldoende bpv-plaatsen;
c. een actieve werving van bpv-plaatsen voor sectoren waarin een tekort aan bpv-plaatsen is;
d. het vervullen van een steunpuntfunctie voor het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen in de regio bij knelpunten rondom de beroepspraktijkvorming;
e. een versnelde erkenningsprocedure voor leerbedrijven;
f. de intensivering van regionale bovensectorale infrastructuur;
g. de samenwerking met het UWV WERKbedrijf bij de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid;
h. de informatielevering aan Colo ten behoeve van de monitoring van de prestaties van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c.
a. het behoud van het huidige aanbod van bpv-plaatsen,
b. het werven van extra bpv-plaatsen in verband met de onevenredig grote toename van deelnemers in de specifieke opleidingen, en
c. het op een efficiënte en effectieve wijze koppelen van deelnemers en bpv-plaatsen.
2. Ter uitwerking van de doelen, bedoeld in het eerste lid, besteedt een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven de bijdrage aan:
a. de gecoördineerde werkgeversbenadering in het kader van de bestrijding van jeugdwerkloosheid;
b. het samen met de sociale partners opstellen en uitvoeren van sectorale crisisplannen ter behoud van voldoende bpv-plaatsen;
c. een actieve werving van bpv-plaatsen voor sectoren waarin een tekort aan bpv-plaatsen is;
d. het vervullen van een steunpuntfunctie voor het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen in de regio bij knelpunten rondom de beroepspraktijkvorming;
e. een versnelde erkenningsprocedure voor leerbedrijven;
f. de intensivering van regionale bovensectorale infrastructuur;
g. de samenwerking met het UWV WERKbedrijf bij de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid;
h. de informatielevering aan Colo ten behoeve van de monitoring van de prestaties van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c.