BWBR0026730
Geldig vanaf 2009-12-02
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling Inland AIS-apparaten binnenvaart
1. De aanschaf en installatie van een Inland AIS-apparaat op een binnenschip komt in aanmerking voor subsidie indien:
a. het binnenschip een lengte heeft van 20 meter of meer of een lengte heeft van minder dan 20 meter en wordtgebruikt voor bedrijfsmatig vervoer;
b. het binnenschip te boek staat in een openbaar register;
c. een Inland AIS-apparaat is aangeschaft en nadat deze is geïnstalleerd op het binnenschip op de wijze, bedoeld in het derde lid;
d. een kopie van de factuur voor de aanschaf en installatie van de Inland AIS-apparaat bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt gevoegd; en
e. door ondertekening van een verklaring als bedoeld in de bijlage bij deze regeling blijkt dat de aanvrager van de subsidie verklaart de daarin opgenomen verplichtingen na te komen.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan tevens aanspraak op subsidie ontstaan voor een binnenschip dat geregistreerd staat in een ander land, niet zijnde de Bondsrepubliek Duitsland, en waarmee in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag, ten minste driemaal aantoonbaar gebruik is gemaakt van de binnenwateren danwel indien het schip minder dan drie jaar geleden is geregistreerd, aannemelijk wordt gemaakt dat het, in een periode van drie jaar vanaf het moment van registratie ten minste driemaal gebruik zal gaan maken van de binnenwateren.
3. Het Inland AIS-apparaat wordt op zodanige wijze op het binnenschip geïnstalleerd dat de interoperabiliteit van de RIS-toepassingen, bedoeld in de RIS-richtlijn, is gegarandeerd. Deze interoperabiliteit is in elk geval gegarandeerd indien de installatie voldoet aan bijlage N van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
4. Geen aanspraak op subsidie bestaat indien:
a. voor de aanschaf en installatie van een Inland AIS-apparaat op het betreffende binnenschip al eerder subsidie is verstrekt, dan wel een geldelijke tegemoetkoming is verstrekt al dan niet in combinatie met een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in natura; of
b. indien de aanvrager in de twee belastingjaren en het lopende belastingjaar voorafgaand aan het moment dat op basis van deze regeling een subsidiebeschikking kan worden afgegeven, de maximale de-minimissteun heeft ontvangen.
5. In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, bestaat, indien de aanvrager de maximale de-minimissteun heeft ontvangen, toch aanspraak op subsidie, in de periode waarin punt 4.2.2 van de Mededeling van de Commissie-Tijdelijke communaitaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis van 17 december 2008 (PbEU 2009, C 16/1), van toepassing is en voor zover wordt voldaan aan de in die mededeling opgenomen voorwaarden alsmede aan het op 1 april 2009 door de Europese Commissie (N 156/2009, PbEU C125/8) goedgekeurde Nederlands nationaal kader voor het tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen.
a. het binnenschip een lengte heeft van 20 meter of meer of een lengte heeft van minder dan 20 meter en wordtgebruikt voor bedrijfsmatig vervoer;
b. het binnenschip te boek staat in een openbaar register;
c. een Inland AIS-apparaat is aangeschaft en nadat deze is geïnstalleerd op het binnenschip op de wijze, bedoeld in het derde lid;
d. een kopie van de factuur voor de aanschaf en installatie van de Inland AIS-apparaat bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt gevoegd; en
e. door ondertekening van een verklaring als bedoeld in de bijlage bij deze regeling blijkt dat de aanvrager van de subsidie verklaart de daarin opgenomen verplichtingen na te komen.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan tevens aanspraak op subsidie ontstaan voor een binnenschip dat geregistreerd staat in een ander land, niet zijnde de Bondsrepubliek Duitsland, en waarmee in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag, ten minste driemaal aantoonbaar gebruik is gemaakt van de binnenwateren danwel indien het schip minder dan drie jaar geleden is geregistreerd, aannemelijk wordt gemaakt dat het, in een periode van drie jaar vanaf het moment van registratie ten minste driemaal gebruik zal gaan maken van de binnenwateren.
3. Het Inland AIS-apparaat wordt op zodanige wijze op het binnenschip geïnstalleerd dat de interoperabiliteit van de RIS-toepassingen, bedoeld in de RIS-richtlijn, is gegarandeerd. Deze interoperabiliteit is in elk geval gegarandeerd indien de installatie voldoet aan bijlage N van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
4. Geen aanspraak op subsidie bestaat indien:
a. voor de aanschaf en installatie van een Inland AIS-apparaat op het betreffende binnenschip al eerder subsidie is verstrekt, dan wel een geldelijke tegemoetkoming is verstrekt al dan niet in combinatie met een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming in natura; of
b. indien de aanvrager in de twee belastingjaren en het lopende belastingjaar voorafgaand aan het moment dat op basis van deze regeling een subsidiebeschikking kan worden afgegeven, de maximale de-minimissteun heeft ontvangen.
5. In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, bestaat, indien de aanvrager de maximale de-minimissteun heeft ontvangen, toch aanspraak op subsidie, in de periode waarin punt 4.2.2 van de Mededeling van de Commissie-Tijdelijke communaitaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis van 17 december 2008 (PbEU 2009, C 16/1), van toepassing is en voor zover wordt voldaan aan de in die mededeling opgenomen voorwaarden alsmede aan het op 1 april 2009 door de Europese Commissie (N 156/2009, PbEU C125/8) goedgekeurde Nederlands nationaal kader voor het tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen.