BWBR0026618
Geldig vanaf 2009-11-12
Artikel 2
Besluit machtiging P-Direkt (Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer)
1. De directeur P-Direkt wordt gemachtigd tot het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de dienstverlening van P-Direkt aan het ministerie.
2. Met betrekking tot de Wet bescherming persoonsgegevens:
a. De directeur P-Direkt wordt gemachtigd om in het kader van de dienstverlening aan het ministerie verwerkingen van persoonsgegevens uit te voeren als bewerker in de zin van artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet bescherming persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats overeenkomstig het Normenkader Informatiebeveiliging. De machtiging wordt geacht te gelden als bewerkersovereenkomst in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
b. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging tot uitvoering van artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens dan na een besluit van of namens de minister.
3. Met betrekking tot de Archiefwet 1995wordt de directeur van P-Direkt gemachtigd:
a. om op basis van het daartoe strekkende besluit van de minister papieren documenten door reproducties te vervangen teneinde de aldus vervangen papieren documenten te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995;
b. om papieren documenten te scannen en de gescande documenten aan het digitale dossier toe te voegen, waarbij de originele papieren documenten worden bewaard totdat vervanging als bedoeld in het derde lid, onder a, is toegestaan;
c. om op basis van een daartoe strekkend besluit van of namens de minister de archiefbescheiden te vernietigen overeenkomstig artikel 3 van de Archiefwet 1995.
4. Voor de toepassing van artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuurworden documenten die berusten bij P-Direkt geacht te berusten bij het ministerie. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging namens de minister verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuurzonder tussenkomst van of namens de minister af te handelen.
2. Met betrekking tot de Wet bescherming persoonsgegevens:
a. De directeur P-Direkt wordt gemachtigd om in het kader van de dienstverlening aan het ministerie verwerkingen van persoonsgegevens uit te voeren als bewerker in de zin van artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet bescherming persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats overeenkomstig het Normenkader Informatiebeveiliging. De machtiging wordt geacht te gelden als bewerkersovereenkomst in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
b. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging tot uitvoering van artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens dan na een besluit van of namens de minister.
3. Met betrekking tot de Archiefwet 1995wordt de directeur van P-Direkt gemachtigd:
a. om op basis van het daartoe strekkende besluit van de minister papieren documenten door reproducties te vervangen teneinde de aldus vervangen papieren documenten te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995;
b. om papieren documenten te scannen en de gescande documenten aan het digitale dossier toe te voegen, waarbij de originele papieren documenten worden bewaard totdat vervanging als bedoeld in het derde lid, onder a, is toegestaan;
c. om op basis van een daartoe strekkend besluit van of namens de minister de archiefbescheiden te vernietigen overeenkomstig artikel 3 van de Archiefwet 1995.
4. Voor de toepassing van artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuurworden documenten die berusten bij P-Direkt geacht te berusten bij het ministerie. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging namens de minister verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuurzonder tussenkomst van of namens de minister af te handelen.