BWBR0026615
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 3
Regeling intensivering Nederlandse taal en rekenen mbo
1. Voor het kalenderjaar 2010 is € 58.099.000 beschikbaar. De bedragen voor de kalenderjaren 2011 tot en met 2013 worden voorafgaand aan het kalenderjaar bekend gemaakt. Voor het kalenderjaar 2014 is € 52.600.000,– beschikbaar.
2. De aanvullende bekostiging voor een instelling in een kalenderjaar bestaat uit:
a. een bedrag per apc-deelnemer, berekend volgens artikel 4;
b. een bedrag naar rato van het aantal deelnemers, berekend volgens artikel 5;
c. in voorkomend geval een compensatiebedrag, berekend volgens artikel 6.
3. In 2010 is voor de compensatiebedragen bedoeld in artikel 6een bedrag van € 6.448.900 beschikbaar, in 2011 een bedrag van € 4.299.267 en in 2012 een bedrag van € 2.149.633
4. Voor de berekening van de bedragen naar rato van het aantal deelnemers op grond van artikel 5wordt uitgegaan van het bedrag dat voor het betreffende kalenderjaar voor het verstrekken van aanvullende bekostiging resteert nadat het bedrag genoemd in het derde lid alsmede het totaalbedrag voor de apc-deelnemers voor het betreffende kalenderjaar, berekend op grond van artikel 4, in mindering is gebracht op het bedrag, genoemd in het eerste lid.
5. Voor de berekening bedoeld in de artikelen 4en 5maakt de minister gebruik van de gegevens bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.
6. Bij de berekening bedoeld in de artikelen 4en 5wordt het aantal deelnemers in een deeltijdse opleiding in de beroepsopleidende leerweg vermenigvuldigd met 0,35.
2. De aanvullende bekostiging voor een instelling in een kalenderjaar bestaat uit:
a. een bedrag per apc-deelnemer, berekend volgens artikel 4;
b. een bedrag naar rato van het aantal deelnemers, berekend volgens artikel 5;
c. in voorkomend geval een compensatiebedrag, berekend volgens artikel 6.
3. In 2010 is voor de compensatiebedragen bedoeld in artikel 6een bedrag van € 6.448.900 beschikbaar, in 2011 een bedrag van € 4.299.267 en in 2012 een bedrag van € 2.149.633
4. Voor de berekening van de bedragen naar rato van het aantal deelnemers op grond van artikel 5wordt uitgegaan van het bedrag dat voor het betreffende kalenderjaar voor het verstrekken van aanvullende bekostiging resteert nadat het bedrag genoemd in het derde lid alsmede het totaalbedrag voor de apc-deelnemers voor het betreffende kalenderjaar, berekend op grond van artikel 4, in mindering is gebracht op het bedrag, genoemd in het eerste lid.
5. Voor de berekening bedoeld in de artikelen 4en 5maakt de minister gebruik van de gegevens bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.
6. Bij de berekening bedoeld in de artikelen 4en 5wordt het aantal deelnemers in een deeltijdse opleiding in de beroepsopleidende leerweg vermenigvuldigd met 0,35.