BWBR0026608 Geldig vanaf 01-04-2026

Artikel 2

Regeling vacatiegelden tuchtcolleges voor de gezondheidszorg 2009

Citeren als
Art. 2
Geldig vanaf
Status
Geldend recht
Identificatie
BWBR0026608
Officiële bron
wetten.overheid.nl

Wat betekent dit?

Dit artikel uitgelegd in eenvoudige taal

Uitleg Artikel 2 van de Regeling vacatiegelden tuchtcolleges voor de gezondheidszorg 2009

Dit artikel gaat over vergoedingen voor mensen die zitting nemen in een tuchtcollege in de gezondheidszorg. Een tuchtcollege beoordeelt of zorgverleners (zoals artsen, verpleegkundigen of fysiotherapeuten) zich aan de regels hebben gehouden. De leden van zo’n college krijgen een vacatiegeld – een soort vergoeding voor hun werk – voor elke zaak die ze behandelen.

De hoogte van het vacatiegeld hangt af van welke rol iemand in het college heeft. Bijvoorbeeld:

  • Een voorzitter of plaatsvervangend voorzitter krijgt €295 per zaak.
  • Een rechtsgeleerd lid (een jurist) of een lid-beroepsgenoot (een zorgverlener zoals een arts) krijgt €230 per zaak. Dit geldt als de zaak in een zitting (openbare behandeling) wordt beslist.

Er zijn ook lagere vergoedingen voor zaken die zonder zitting worden afgehandeld (bijvoorbeeld schriftelijk). Dan krijgt een voorzitter €146 en de andere leden €116. Daarnaast zijn er nog extra vergoedingen voor taken zoals het opstellen van een eindbeslissing (dan krijg je €64 extra) of als een zaak herzien moet worden.

Kortom: dit artikel regelt hoeveel geld mensen krijgen voor hun werk in een tuchtcollege, afhankelijk van hun rol en hoe de zaak wordt afgehandeld. Het is een soort beloning voor hun bijdrage aan de rechtspraak in de zorg.

Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.