BWBR0026596
Geldig vanaf 06-11-2009
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging leden van de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s
1. Het bestuur verleent, voor zover dat zich verdraagt met afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, mandaat en machtiging aan de Raad van Toezicht voor de bevoegdheden genoemd in artikel 2, van het delegatiebesluit.
2. Bij de uitvoering van het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, neemt de Raad van Toezicht de overige bepalingen van het delegatiebesluit in acht en komt namens het bestuur de verplichtingen na welke met het delegatiebesluit aan het bestuur zijn opgelegd.
3. Bij de uitvoering van het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, neemt de Raad van Toezicht tevens de nadere afspraken in acht welke tussen het bestuur en het bestuur van het NIVRA worden gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het delegatiebesluit.
4. Het bestuur stelt de Raad van Toezicht onverwijld op de hoogte van de in het derde lid bedoelde nadere afspraken.
2. Bij de uitvoering van het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, neemt de Raad van Toezicht de overige bepalingen van het delegatiebesluit in acht en komt namens het bestuur de verplichtingen na welke met het delegatiebesluit aan het bestuur zijn opgelegd.
3. Bij de uitvoering van het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, neemt de Raad van Toezicht tevens de nadere afspraken in acht welke tussen het bestuur en het bestuur van het NIVRA worden gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het delegatiebesluit.
4. Het bestuur stelt de Raad van Toezicht onverwijld op de hoogte van de in het derde lid bedoelde nadere afspraken.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026596
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl