BWBR0026536
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel B1-210.16
Verordening gedragscode
De openbaar accountant zal gewoonlijk toestemming aan de cliënt vragen om te mogen overleggen met de fungerende openbaar accountant of met de fungerende openbaar registeraccountant. Indien deze toestemming is verleend, neemt de fungerende openbaar accountant de van toepassing zijnde juridische en andere voorschriften in acht. Ingeval de fungerende openbaar accountant informatie verstrekt doet hij dit naar waarheid en zonder vooringenomenheid. Indien de openbaar accountant niet in staat is met de fungerende openbaar accountant of met de fungerende openbaar registeraccountant te overleggen, tracht hij op een andere wijze informatie te verkrijgen over een mogelijke bedreiging. Hierbij kan worden gedacht aan het verkrijgen van inlichtingen van een derde of het uitvoeren van een achtergrondonderzoek naar het hogere management of naar degenen die bij de cliënt met governance zijn belast.
- Citeren als
- Art. B1-210.16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026536
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl