BWBR0026525
Geldig vanaf 2009-11-01
Artikel 14
Besluit burgerluchthavens
1. In het gebied met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid is geen obstakel toegestaan dat hoger is dan de bij ministeriële regeling vastgestelde waarden.
2. Het eerste lid geldt niet indien:
a. het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit,
b. vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit voor het obstakel een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend, of
c. het obstakel een boom of struik betreft tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven of Luchtverkeersleiding Nederland beoordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
3. Artikel 13, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het gebied wordt vastgesteld.
2. Het eerste lid geldt niet indien:
a. het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit,
b. vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit voor het obstakel een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend, of
c. het obstakel een boom of struik betreft tenzij de Inspectie Leefomgeving en Transport op schriftelijk verzoek van de exploitant van de luchthaven of Luchtverkeersleiding Nederland beoordeelt dat de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
3. Artikel 13, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het gebied wordt vastgesteld.