BWBR0026519
Geldig vanaf 2009-10-18
Artikel 3
Besluit instelling bezwarenadviescommissie personele aangelegenheden BZK
1. De commissie bestaat uit:
a. een voorzitter, tevens lid, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister;
b. ten minste tien overige leden.
2. Voor ieder lid van de commissie benoemt de minister ten minste één plaatsvervanger.
3. Van de op grond van het eerste lid, onder b, te benoemen leden worden ten minste twee leden en ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg, ingesteld voor het ministerie.
4. De leden en de plaatsvervangend leden worden benoemd en ontslagen door de minister.
Bij toepassing van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, vindt de benoeming en ontslag van ten minste één lid en één plaatsvervangend lid plaats op de voordracht van de betrokken andere minister. Op verzoek van de voordragende minister kan een lid tevens tot plaatsvervangend voorzitter worden benoemd.
5. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor vier jaar en kan aansluitend eenmaal voor vier jaar worden verlengd. Ingeval van tussentijds ontslag vindt tussentijdse benoeming plaats van een nieuw of plaatsvervangend lid voor de resterende periode. De tweede volzin van het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
a. een voorzitter, tevens lid, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister;
b. ten minste tien overige leden.
2. Voor ieder lid van de commissie benoemt de minister ten minste één plaatsvervanger.
3. Van de op grond van het eerste lid, onder b, te benoemen leden worden ten minste twee leden en ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd op voordracht van het Departementaal Georganiseerd Overleg, ingesteld voor het ministerie.
4. De leden en de plaatsvervangend leden worden benoemd en ontslagen door de minister.
Bij toepassing van artikel 2, tweede lid, onderdeel b, vindt de benoeming en ontslag van ten minste één lid en één plaatsvervangend lid plaats op de voordracht van de betrokken andere minister. Op verzoek van de voordragende minister kan een lid tevens tot plaatsvervangend voorzitter worden benoemd.
5. De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor vier jaar en kan aansluitend eenmaal voor vier jaar worden verlengd. Ingeval van tussentijds ontslag vindt tussentijdse benoeming plaats van een nieuw of plaatsvervangend lid voor de resterende periode. De tweede volzin van het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.