BWBR0026512
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel B1-270.2
Verordening gedragscode
Het door de openbaar accountant beheren van gelden of andere bezittingen van een cliënt leidt tot een bedreiging voor zijn professionele gedrag of voor zijn objectiviteit als gevolg van het behartigen van het eigenbelang.
De openbaar accountant die het beheer voert over gelden of andere bezittingen van een cliënt treft de volgende waarborgen:
a. hij houdt de in beheer gegeven gelden of andere bezittingen gescheiden van zijn persoonlijke bezittingen en van de bezittingen van de accountantspraktijk waaraan hij is verbonden of waarbij hij werkzaam is;
b. hij wendt de gelden of andere bezittingen uitsluitend aan voor het doel waarvoor deze zijn bestemd;
c. hij is te allen tijde bereid verantwoording over het gevoerde beheer en de daarmee behaalde resultaten af te leggen aan de daarvoor in aanmerking komende persoon; en
d. hij leeft alle relevante wet- en regelgeving na die van toepassing is op het beheer van en het afleggen van verantwoording over de in beheer gegeven gelden of andere bezittingen.
De openbaar accountant die het beheer voert over gelden of andere bezittingen van een cliënt treft de volgende waarborgen:
a. hij houdt de in beheer gegeven gelden of andere bezittingen gescheiden van zijn persoonlijke bezittingen en van de bezittingen van de accountantspraktijk waaraan hij is verbonden of waarbij hij werkzaam is;
b. hij wendt de gelden of andere bezittingen uitsluitend aan voor het doel waarvoor deze zijn bestemd;
c. hij is te allen tijde bereid verantwoording over het gevoerde beheer en de daarmee behaalde resultaten af te leggen aan de daarvoor in aanmerking komende persoon; en
d. hij leeft alle relevante wet- en regelgeving na die van toepassing is op het beheer van en het afleggen van verantwoording over de in beheer gegeven gelden of andere bezittingen.
- Citeren als
- Art. B1-270.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026512
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl