BWBR0026468
Geldig vanaf 2009-10-03
Artikel 6
Subsidieregeling restauratie en herbestemming cultureel erfgoed
1. Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de Leidraad Brim subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten, met dien verstande dat kosten uitsluitend voor subsidie in aanmerking komen voor zover de werkzaamheden naar het oordeel van de minister:
a. strekken tot restauratie van het monument en zijn monumentale waarden;
b. sober en doelmatig zijn;
c. technisch noodzakelijk zijn; en
d. gericht zijn op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies.
2. Tevens komen voor subsidie in aanmerking de kosten voor werkzaamheden die:
a. gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade; of
b. bestaan uit het vervangen van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.
3. Niet voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor werkzaamheden die:
a. voortvloeien uit veranderd gebruik;
b. gericht zijn op comfortverbetering; of
c. gericht zijn op reconstructie, tenzij ze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn.
4. Het totaal van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen, bedraagt ten minste € 300.000 en ten hoogste € 3.000.000.
a. strekken tot restauratie van het monument en zijn monumentale waarden;
b. sober en doelmatig zijn;
c. technisch noodzakelijk zijn; en
d. gericht zijn op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies.
2. Tevens komen voor subsidie in aanmerking de kosten voor werkzaamheden die:
a. gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade; of
b. bestaan uit het vervangen van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.
3. Niet voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor werkzaamheden die:
a. voortvloeien uit veranderd gebruik;
b. gericht zijn op comfortverbetering; of
c. gericht zijn op reconstructie, tenzij ze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn.
4. Het totaal van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen, bedraagt ten minste € 300.000 en ten hoogste € 3.000.000.