BWBR0026465
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 6
Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2010
1. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de regelingvoor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 2, is € 8.000.000,–, waarvan
– € 7.500.000,– beschikbaar is voor programma’s en programmaonderdelen, en
– € 500.000,– beschikbaar is voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen.
2. De beschikbare subsidie voor programma’s en programmaonderdelen wordt als volgt verdeeld:
– € 4.000.000,– voor hoofdthema’s Groene economie en Gezonde voeding, genoemd in de bijlage bij deze regeling;
– € 2.000.000,– voor hoofdthema Natuur, Landschap en een Vitaal platteland, genoemd in de bijlage bij deze regeling, en
– € 1.500.000,– voor de hoofdthema’s Systeemontwikkeling en Onderwijsvernieuwing, genoemd in de bijlage bij deze regeling.
3. Bij onderuitputting van het budget voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, wordt het restant van dat budget op basis van de verhouding, genoemd in het tweede lid, toegevoegd aan de budgetten, bedoeld in dat lid.
4. Bij onderuitputting van het budget dat beschikbaar is voor programmaonderdelen binnen een hoofdthema kan de minister besluiten het resterende budget beschikbaar te stellen voor één van de andere hoofdthema’s.
– € 7.500.000,– beschikbaar is voor programma’s en programmaonderdelen, en
– € 500.000,– beschikbaar is voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen.
2. De beschikbare subsidie voor programma’s en programmaonderdelen wordt als volgt verdeeld:
– € 4.000.000,– voor hoofdthema’s Groene economie en Gezonde voeding, genoemd in de bijlage bij deze regeling;
– € 2.000.000,– voor hoofdthema Natuur, Landschap en een Vitaal platteland, genoemd in de bijlage bij deze regeling, en
– € 1.500.000,– voor de hoofdthema’s Systeemontwikkeling en Onderwijsvernieuwing, genoemd in de bijlage bij deze regeling.
3. Bij onderuitputting van het budget voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, wordt het restant van dat budget op basis van de verhouding, genoemd in het tweede lid, toegevoegd aan de budgetten, bedoeld in dat lid.
4. Bij onderuitputting van het budget dat beschikbaar is voor programmaonderdelen binnen een hoofdthema kan de minister besluiten het resterende budget beschikbaar te stellen voor één van de andere hoofdthema’s.