BWBR0026459
Geldig vanaf 2009-10-01
Artikel 11
Tijdelijke regeling opvang conjuncturele effecten in het mbo
1. Uiterlijk in de maand december 2009 respectievelijk 2010 verstrekt de minister de instellingen een voorschot op de aanvullende vergoeding voor 2009 respectievelijk 2010.
2. De hoogte van het voorschot voor het jaar 2009, voor een instelling is een evenredig deel van € 8.830.000,− en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van de in 2008 uitgereikte diploma’s, met gebruikmaking van de gegevens bedoeld in artikel 4b. 2.3., eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.
3. De hoogte van het voorschot voor het jaar 2010 voor een instelling is een evenredig deel van € 8.049.415,− en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van de in 2009 uitgereikte diploma's, met gebruikmaking van de gegevens bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.
2. De hoogte van het voorschot voor het jaar 2009, voor een instelling is een evenredig deel van € 8.830.000,− en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van de in 2008 uitgereikte diploma’s, met gebruikmaking van de gegevens bedoeld in artikel 4b. 2.3., eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.
3. De hoogte van het voorschot voor het jaar 2010 voor een instelling is een evenredig deel van € 8.049.415,− en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van de in 2009 uitgereikte diploma's, met gebruikmaking van de gegevens bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.