BWBR0026445
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 4
Tijdelijke beleidsregel behandeling ontheffingsaanvragen ex artikel 61 Wp2000
1. Indien de ontheffing wordt aangevraagd in verband met openbaar vervoer dat een vernieuwende technologie of een vernieuwend vervoersconcept bevat als bedoeld in artikel 61, tweede lid, onder b, van de wetlegt de aanvrager gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat het niet mogelijk is om:
a. aan te besteden door gebruik te maken van de concurrentiegerichte dialoog overeenkomstig artikel 29 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit;
b. aan te besteden door gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 30 en 31 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit, al dan niet in vervolg op een uitgeschreven prijsvraag;
c. ondernemers uit te nodigen om bij de inschrijving op de aanbesteding alternatieven in te dienen overeenkomstig artikel 24 BAO zonder dat dit leidt tot onevenredig hoge kosten;
d. in de aanbestedingsstukken te bepalen dat de vernieuwende technologie of het vernieuwend vervoersconcept na afloop van de concessie in eigendom zal worden overgedragen op de nieuwe concessiehouder tegen de op het tijdstip van de overdracht geldende boekwaarde.
2. De aanvrager legt bij de aanvraag eveneens gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat:
a. uitstel van de aanbesteding om vervoerstechnische, organisatorische of financieel-technische redenen onvermijdelijk is om de vernieuwende technologie of het vernieuwende vervoersconcept tot stand te kunnen brengen en te implementeren;
b. sprake is van een vernieuwende technologie of een vernieuwend vervoersconcept dat in het belang van de reiziger is.
a. aan te besteden door gebruik te maken van de concurrentiegerichte dialoog overeenkomstig artikel 29 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit;
b. aan te besteden door gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 30 en 31 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit, al dan niet in vervolg op een uitgeschreven prijsvraag;
c. ondernemers uit te nodigen om bij de inschrijving op de aanbesteding alternatieven in te dienen overeenkomstig artikel 24 BAO zonder dat dit leidt tot onevenredig hoge kosten;
d. in de aanbestedingsstukken te bepalen dat de vernieuwende technologie of het vernieuwend vervoersconcept na afloop van de concessie in eigendom zal worden overgedragen op de nieuwe concessiehouder tegen de op het tijdstip van de overdracht geldende boekwaarde.
2. De aanvrager legt bij de aanvraag eveneens gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat:
a. uitstel van de aanbesteding om vervoerstechnische, organisatorische of financieel-technische redenen onvermijdelijk is om de vernieuwende technologie of het vernieuwende vervoersconcept tot stand te kunnen brengen en te implementeren;
b. sprake is van een vernieuwende technologie of een vernieuwend vervoersconcept dat in het belang van de reiziger is.