Aan de directeur Projecten van ProRail wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten te nemen op verzoeken om schadevergoeding in het kader van de Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute, met uitzondering van het beslissen op bezwaarschriften tegen voornoemde besluiten.
Aan de directeur Projecten van ProRail wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen op verzoeken als bedoeld in artikel 2, met uitzondering van het beslissen op bezwaarschriften tegen voornoemde besluiten.
1. De directeur Projecten van ProRail kan schriftelijk ondermandaat verlenen om bij zijn afwezigheid zijn in de artikelen 2 en 3 bedoelde bevoegdheid te laten uitoefenen door een plaatsvervanger.
2. Van een ondermandaat als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk kennis gegeven aan de Minister.
Bij de uitoefening van het mandaat neemt de directeur Projecten van ProRail, alsmede de in artikel 4, eerste lid, bedoelde persoon, de in de bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie in acht.
Aan de President-directeur van ProRail wordt mandaat verleend om namens de Minister te beslissen op bezwaar tegen besluiten op grond van Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute als bedoeld in artikel 2 en 3.
Aan de President-directeur van ProRail wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar tegen met toepassing van artikel 2 genomen besluiten.
1. De President-directeur van ProRail kan schriftelijk ondermandaat verlenen om bij zijn afwezigheid zijn in de artikelen 6 en 7 bedoelde bevoegdheid te laten uitoefenen door een plaatsvervanger.
2. Van een ondermandaat als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk kennis gegeven aan de Minister.
Bij de uitoefening van zijn mandaat neemt de President-directeur van ProRail of de in artikel 8, eerste lid, bedoelde persoon de in de bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie in acht.