BWBR0026381
Geldig vanaf 2017-03-18
Artikel 6
Regeling Dienst speciale interventies
1. De voorzitter van het College van procureurs-generaal is bevoegd in naam van de Minister van Justitie en Veiligheid te beslissen op een verzoek tot bijstand van de bijzondere bijstandseenheid, tenzij het een situatie betreft:
a. waarvoor geen standaard inzetscenario als bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorhanden is; of
b. waarin zich meerdere incidenten op verschillende locaties tegelijkertijd voordoen, waartussen vermoedelijk een verband bestaat; of
c. waarin op enige andere wijze een groot nationaal belang in het geding is.
2. De voorzitter van het College van procureurs-generaal brengt de Minister van Justitie en Veiligheid onmiddellijk in kennis van zijn beslissing tot bijstandverlening door de bijzondere bijstandseenheid.
a. waarvoor geen standaard inzetscenario als bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorhanden is; of
b. waarin zich meerdere incidenten op verschillende locaties tegelijkertijd voordoen, waartussen vermoedelijk een verband bestaat; of
c. waarin op enige andere wijze een groot nationaal belang in het geding is.
2. De voorzitter van het College van procureurs-generaal brengt de Minister van Justitie en Veiligheid onmiddellijk in kennis van zijn beslissing tot bijstandverlening door de bijzondere bijstandseenheid.