BWBR0026363
Geldig vanaf 2009-09-12
Artikel 7
Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2009/2010
1. Een subsidieaanvraag geschiedt middels het aanvraagformulier dat is opgenomen in bijlage 1en de daarbij behorende begroting, met gebruikmaking van het begrotingsformulier dat is opgenomen in bijlage 3.
2. Het aanvraagformulier is ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de thuiszorginstelling te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.
3. De subsidieaanvraag is onderbouwd met een projectplan, dat een beschrijving bevat van de opleidingen per individuele medewerker in de huishoudelijke verzorging en van de wijze waarop de subsidieaanvrager deze opleidingen wil (laten) uitvoeren. Uit het projectplan blijkt dat van een wezenlijke toename van het aantal deelnemers aan een opleiding sprake is ten opzichte van de periode voor de aanvang van de subsidieaanvraag.
4. De begroting geeft inzicht in de kosten en baten per individuele medewerker en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een overzicht waarin per opleidingsactiviteit is aangegeven hoeveel medewerkers ervan gebruik zullen maken en hoeveel van deze medewerkers tevens van een andere opleidingsactiviteit gebruik zullen maken;
b. een specificatie van de totale kosten en baten van de opleidingen;
c. een specificatie van de kosten die inzicht geeft in het aantal opleidingsactiviteiten waarvan een individuele medewerker gebruik zal maken en van de totale kosten per individuele medewerker voor alle door hem te gebruiken opleidingsmaatregelen tezamen; en
d. een postgewijze toelichting waarbij de kosten en baten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend, zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hier kosten zijn inbegrepen van materiële vaste activa, zijn deze kosten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.
2. Het aanvraagformulier is ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de thuiszorginstelling te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.
3. De subsidieaanvraag is onderbouwd met een projectplan, dat een beschrijving bevat van de opleidingen per individuele medewerker in de huishoudelijke verzorging en van de wijze waarop de subsidieaanvrager deze opleidingen wil (laten) uitvoeren. Uit het projectplan blijkt dat van een wezenlijke toename van het aantal deelnemers aan een opleiding sprake is ten opzichte van de periode voor de aanvang van de subsidieaanvraag.
4. De begroting geeft inzicht in de kosten en baten per individuele medewerker en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. een overzicht waarin per opleidingsactiviteit is aangegeven hoeveel medewerkers ervan gebruik zullen maken en hoeveel van deze medewerkers tevens van een andere opleidingsactiviteit gebruik zullen maken;
b. een specificatie van de totale kosten en baten van de opleidingen;
c. een specificatie van de kosten die inzicht geeft in het aantal opleidingsactiviteiten waarvan een individuele medewerker gebruik zal maken en van de totale kosten per individuele medewerker voor alle door hem te gebruiken opleidingsmaatregelen tezamen; en
d. een postgewijze toelichting waarbij de kosten en baten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend, zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hier kosten zijn inbegrepen van materiële vaste activa, zijn deze kosten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.