BWBR0026360
Geldig vanaf 21-09-2008
Artikel 3
Regeling cultuurparticipatie provincies en gemeenten 2009–2012
1. Het totale beschikbare bedrag voor deze regeling bedraagt in de periode 2009–2012 minimaal € 55,6 miljoen, onder voorbehoud van verstrekking van deze middelen door de minister.
2. Voor provincies en gemeenten is voor de periode 2009-2012 de volgende decentralisatie-uitkering per jaar beschikbaar:
a. per provincie van 0,79 euro per inwoner van de provincie, met aftrek van de inwoners waarvoor gemeenten reeds een bijdrage ontvangen;
b. per gemeente, met uitzondering van de gemeenten genoemd onder sub c, van 0,79 euro per inwoner van de gemeente;
c. voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Maastricht, Arnhem, Enschede en Groningen van 1,13 euro per inwoner.
3. Het aantal inwoners van een provincie of gemeente wordt voor de volledige looptijd van de regeling vastgesteld op basis van de CBS-gegevens per 1 januari 2007.
2. Voor provincies en gemeenten is voor de periode 2009-2012 de volgende decentralisatie-uitkering per jaar beschikbaar:
a. per provincie van 0,79 euro per inwoner van de provincie, met aftrek van de inwoners waarvoor gemeenten reeds een bijdrage ontvangen;
b. per gemeente, met uitzondering van de gemeenten genoemd onder sub c, van 0,79 euro per inwoner van de gemeente;
c. voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Maastricht, Arnhem, Enschede en Groningen van 1,13 euro per inwoner.
3. Het aantal inwoners van een provincie of gemeente wordt voor de volledige looptijd van de regeling vastgesteld op basis van de CBS-gegevens per 1 januari 2007.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026360
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl