BWBR0026356
Geldig vanaf 2009-09-12
Artikel 3
Regeling verbetering binnenklimaat huisvesting primair onderwijs 2009
1. Voor het verstrekken van een specifieke uitkering is op grond van deze regeling een bedrag van € 103,577 miljoen beschikbaar.
2. Het bedrag van € 103,577 miljoen, bedoeld in het eerste lid, is zodanig verdeeld over de gemeenten dat per gemeente een maximumbedrag is vastgesteld, naar rato van het aantal inwoners van 0–20 jaar (peildatum 1 januari 2008).
3. Voor het bedrag, bedoeld in het tweede lid, opgehoogd met het cofinancieringspercentage van 40% over de totale projectkosten, kan de desbetreffende gemeente een aanvraag voor een specifieke uitkering indienen.
4. Het bedrag per inwoner van 0–20 jaar is vastgesteld op € 23,66.
5. In afwijking van het vierde lid is het bedrag per inwoner van 0–20 jaar voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vastgesteld op € 32,47 per inwoner van 0–20 jaar.
6. De maximumbedragen, bedoeld in het tweede lid, alsmede de berekening van die bedragen, zijn opgenomen in bijlage Ibij deze regeling.
7. In eerste instantie wordt, als is voldaan aan de in de regeling genoemde voorwaarden, tot maximaal 100% van het bedrag van het in kolom 4 van de bijlage Iopgenomen bedrag uitgekeerd.
8. Gemeenten mogen aanvragen indienen tot 125% van het maximumbedrag opgenomen in kolom 4 van bijlage Ibij deze regeling. Als uiterlijk 1 mei 2010 blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet is uitgeput, kan de minister het resterende bedrag herverdelen over de gemeenten, zodanig dat tot maximaal 125% van het maximumbedrag wordt uitgekeerd.
9. Indien na de in het achtste lid omschreven herverdeling het bedrag nog niet is uitgeput, kan de minister het resterende bedrag inzetten in andere onderwijssectoren.
2. Het bedrag van € 103,577 miljoen, bedoeld in het eerste lid, is zodanig verdeeld over de gemeenten dat per gemeente een maximumbedrag is vastgesteld, naar rato van het aantal inwoners van 0–20 jaar (peildatum 1 januari 2008).
3. Voor het bedrag, bedoeld in het tweede lid, opgehoogd met het cofinancieringspercentage van 40% over de totale projectkosten, kan de desbetreffende gemeente een aanvraag voor een specifieke uitkering indienen.
4. Het bedrag per inwoner van 0–20 jaar is vastgesteld op € 23,66.
5. In afwijking van het vierde lid is het bedrag per inwoner van 0–20 jaar voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vastgesteld op € 32,47 per inwoner van 0–20 jaar.
6. De maximumbedragen, bedoeld in het tweede lid, alsmede de berekening van die bedragen, zijn opgenomen in bijlage Ibij deze regeling.
7. In eerste instantie wordt, als is voldaan aan de in de regeling genoemde voorwaarden, tot maximaal 100% van het bedrag van het in kolom 4 van de bijlage Iopgenomen bedrag uitgekeerd.
8. Gemeenten mogen aanvragen indienen tot 125% van het maximumbedrag opgenomen in kolom 4 van bijlage Ibij deze regeling. Als uiterlijk 1 mei 2010 blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet is uitgeput, kan de minister het resterende bedrag herverdelen over de gemeenten, zodanig dat tot maximaal 125% van het maximumbedrag wordt uitgekeerd.
9. Indien na de in het achtste lid omschreven herverdeling het bedrag nog niet is uitgeput, kan de minister het resterende bedrag inzetten in andere onderwijssectoren.