BWBR0026341
Geldig vanaf 01-09-2009
Artikel 3
Beleidsregels verstrekking bijdrage aan zorgverzekeraars voor het verzekerd houden van wanbetalers van de nominale premie Zorgverzekeringswet
1. Uiterlijk in april van het tweede jaar volgend op het kalenderjaar waarover de bijdrage verschuldigd is, zendt het college een definitieve jaarafrekening aan de zorgverzekeraar, waarin hij per zorgverzekeraar het totaalbedrag van de over dat kalenderjaar te verstrekken bijdrage vaststelt.
2. In de jaarafrekening vermeldt het college:
a. de door het college over dat kalenderjaar te betalen bijdrage op grond van artikel 6.5.4, tweede lid, Regeling zorgverzekering;
b. de door het college te betalen bijdrage op grond van artikel 6.5.4, derde lid, Regeling zorgverzekering;
c. de som van de bijdragen die het college heeft toegekend voor zorgverzekeringen terzake waarvan naar het oordeel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) niet is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 34a, tweede lid, Zorgverzekeringswet en de op grond van artikel 6.5.4, derde lid, Regeling zorgverzekering toegekende bijdragen voor zorgverzekeringen voor zover de oorzaak van de vertraging in de melding naar het oordeel van de NZa in overwegende mate aan de zorgverzekeraar te wijten is;
d. de som van de in het tweede lid onder a en b genoemde bedragen onder aftrek van de onder c genoemde som;
e. de mededeling van het college dat de zorgverzekeraar het saldo zoals genoemd onder d, onder verrekening van de reeds betaalde voorschotten, ontvangt dan wel aan het college dient terug te betalen.
3. Indien blijkt dat de zorgverzekeraar nog een bedrag dient te ontvangen, betaalt het college dit bedrag binnen zes weken na vaststelling daarvan aan de zorgverzekeraar uit, bij gebreke waarvan het college wettelijke rente vergoedt over het te laat betaalde bedrag.
4. Indien blijkt dat de zorgverzekeraar een te hoog voorschot op de bijdrage heeft ontvangen, verzoekt het college de zorgverzekeraar het saldo binnen zes weken te betalen, bij gebreke waarvan het college wettelijke rente over het te laat terugbetaalde bedrag in rekening zal brengen.
5. In afwijking van het derde en vierde lid kan het college het verschil tussen het bedrag aan vastgestelde bijdragen en toegekende bijdragen verrekenen met over een later jaar te bevoorschotten bijdragen.
6. In afwijking van het derde lid kan het college het te ontvangen bedrag verrekenen met een van de zorgverzekeraar terug te vorderen vereveningsbijdrage op grond van artikel 32 en 34 Zorgverzekeringswet.
2. In de jaarafrekening vermeldt het college:
a. de door het college over dat kalenderjaar te betalen bijdrage op grond van artikel 6.5.4, tweede lid, Regeling zorgverzekering;
b. de door het college te betalen bijdrage op grond van artikel 6.5.4, derde lid, Regeling zorgverzekering;
c. de som van de bijdragen die het college heeft toegekend voor zorgverzekeringen terzake waarvan naar het oordeel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) niet is voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 34a, tweede lid, Zorgverzekeringswet en de op grond van artikel 6.5.4, derde lid, Regeling zorgverzekering toegekende bijdragen voor zorgverzekeringen voor zover de oorzaak van de vertraging in de melding naar het oordeel van de NZa in overwegende mate aan de zorgverzekeraar te wijten is;
d. de som van de in het tweede lid onder a en b genoemde bedragen onder aftrek van de onder c genoemde som;
e. de mededeling van het college dat de zorgverzekeraar het saldo zoals genoemd onder d, onder verrekening van de reeds betaalde voorschotten, ontvangt dan wel aan het college dient terug te betalen.
3. Indien blijkt dat de zorgverzekeraar nog een bedrag dient te ontvangen, betaalt het college dit bedrag binnen zes weken na vaststelling daarvan aan de zorgverzekeraar uit, bij gebreke waarvan het college wettelijke rente vergoedt over het te laat betaalde bedrag.
4. Indien blijkt dat de zorgverzekeraar een te hoog voorschot op de bijdrage heeft ontvangen, verzoekt het college de zorgverzekeraar het saldo binnen zes weken te betalen, bij gebreke waarvan het college wettelijke rente over het te laat terugbetaalde bedrag in rekening zal brengen.
5. In afwijking van het derde en vierde lid kan het college het verschil tussen het bedrag aan vastgestelde bijdragen en toegekende bijdragen verrekenen met over een later jaar te bevoorschotten bijdragen.
6. In afwijking van het derde lid kan het college het te ontvangen bedrag verrekenen met een van de zorgverzekeraar terug te vorderen vereveningsbijdrage op grond van artikel 32 en 34 Zorgverzekeringswet.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026341
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl