BWBR0026209
Geldig vanaf 2009-08-02
Artikel 4
Instellingsbesluit Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor Dierproeven
1. Het NKCA is belast met de taken zoals die in de Kabinetsvisie Alternatieven voor dierproeven zijn beschreven. Tot zijn taken behoren in elk geval:
a. het bevorderen van de ontwikkeling en validatie van alternatieven voor dierproeven;
b. het bevorderen van de acceptatie en het stimuleren van het gebruik van alternatieven voor dierproeven;
c. het adviseren van de departementen betrokken bij de uitvoering van de Kabinetsvisie Alternatieven voor dierproeven op het gebied van alternatieven voor dierproeven;
d. het bundelen en afstemmen van de inbreng in internationale gremia;
e. het organiseren van het Regulier Overleg Dierproeven en Alternatieven;
f. het verzorgen van delen in curricula voor de opleiding van proefdierkundigen en in life science opleidingen waarin proefdierstudies een rol spelen;
g. het verzorgen van het onderdeel alternatieven voor dierproeven in de cursus Proefdierkunde;
h. het verzorgen van periodieke bijscholing van de deskundigen voor alternatieven in de dierexperimentencommissies;
i. het ondersteunen van de communicatie tussen en met onderzoekers en het verzorgen van de communicatie naar het publiek over alternatieven voor dierproeven.
2. Het NKCA voert zijn werkzaamheden uit na voorafgaande jaarlijkse goedkeuring door de Minister van zijn werkprogramma.
3. De werkzaamheden van het NKCA zijn functioneel gescheiden van de werkzaamheden van het RIVM.
4. Het NKCA stelt zijn eigen werkwijze vast.
a. het bevorderen van de ontwikkeling en validatie van alternatieven voor dierproeven;
b. het bevorderen van de acceptatie en het stimuleren van het gebruik van alternatieven voor dierproeven;
c. het adviseren van de departementen betrokken bij de uitvoering van de Kabinetsvisie Alternatieven voor dierproeven op het gebied van alternatieven voor dierproeven;
d. het bundelen en afstemmen van de inbreng in internationale gremia;
e. het organiseren van het Regulier Overleg Dierproeven en Alternatieven;
f. het verzorgen van delen in curricula voor de opleiding van proefdierkundigen en in life science opleidingen waarin proefdierstudies een rol spelen;
g. het verzorgen van het onderdeel alternatieven voor dierproeven in de cursus Proefdierkunde;
h. het verzorgen van periodieke bijscholing van de deskundigen voor alternatieven in de dierexperimentencommissies;
i. het ondersteunen van de communicatie tussen en met onderzoekers en het verzorgen van de communicatie naar het publiek over alternatieven voor dierproeven.
2. Het NKCA voert zijn werkzaamheden uit na voorafgaande jaarlijkse goedkeuring door de Minister van zijn werkprogramma.
3. De werkzaamheden van het NKCA zijn functioneel gescheiden van de werkzaamheden van het RIVM.
4. Het NKCA stelt zijn eigen werkwijze vast.