BWBR0026206
Geldig vanaf 2009-08-02
Artikel 3
Beleidsregels kostenvergoeding uitgifte kavels A7 en A8
1. Kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien het directe kosten betreffen die de verzoeker noodzakelijkerwijs voor het tijdstip van intrekking van de Tijdelijke regelingheeft gemaakt en betaald om een aanvraag voor een vergunning voor kavel A7, kavel A8 of kavels A7 en A8 te doen, voor zover deze kosten redelijk zijn.
2. Kosten als bedoeld in het eerste lid die na het tijdstip van de intrekking van de Tijdelijke regelingzijn gemaakt en betaald, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen indien voor het tijdstip van intrekking door middel van een schriftelijke overeenkomst verplichtingen zijn aangegaan tot het betalen van deze kosten.
3. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van:
a. de notariële verklaring;
b. de bankgarantie respectievelijk de overboeking van de waarborgsom;
c. de toestemming van het Commissariaat voor de media, voor zover deze met het oog op deze aanvraag is gevraagd;
d. uittreksels uit het handelsregister;
e. koeriersdiensten;
f. opstelling van de aanvraag;
g. advisering ten behoeve van de aanvraag.
4. Onder directe kosten worden in elk geval niet verstaan:
a. de kosten van voorbereiding van de ingebruikname van bij de uitgifte te verkrijgen frequentieruimte;
b. financieringskosten;
c. derving van inkomsten en winst.
5. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de verzoeker die de kosten heeft gemaakt, deze omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
2. Kosten als bedoeld in het eerste lid die na het tijdstip van de intrekking van de Tijdelijke regelingzijn gemaakt en betaald, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen indien voor het tijdstip van intrekking door middel van een schriftelijke overeenkomst verplichtingen zijn aangegaan tot het betalen van deze kosten.
3. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van:
a. de notariële verklaring;
b. de bankgarantie respectievelijk de overboeking van de waarborgsom;
c. de toestemming van het Commissariaat voor de media, voor zover deze met het oog op deze aanvraag is gevraagd;
d. uittreksels uit het handelsregister;
e. koeriersdiensten;
f. opstelling van de aanvraag;
g. advisering ten behoeve van de aanvraag.
4. Onder directe kosten worden in elk geval niet verstaan:
a. de kosten van voorbereiding van de ingebruikname van bij de uitgifte te verkrijgen frequentieruimte;
b. financieringskosten;
c. derving van inkomsten en winst.
5. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de verzoeker die de kosten heeft gemaakt, deze omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.