BWBR0026190
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 5
Besluit register deskundige in strafzaken
1. De leden van het College worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 4 genoemde taken alsmede op grond van hun brede maatschappelijke kennis en ervaring.
2. Het College bestaat uit een door Onze Minister te bepalen oneven aantal leden, waarvan in elk geval deel uitmaken:
a. één met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht, tevens voorzitter;
b. één lid op aanbeveling van het College van procureurs-generaal;
c. één advocaat;
d. één lid op aanbeveling van de korpschef, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Politiewet 2012;
e. drie deskundigen op een voor het vervullen van de taken van het College relevant terrein van wetenschapsbeoefening, waarvan ten minste één gerechtelijk deskundige.
2. Het College bestaat uit een door Onze Minister te bepalen oneven aantal leden, waarvan in elk geval deel uitmaken:
a. één met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht, tevens voorzitter;
b. één lid op aanbeveling van het College van procureurs-generaal;
c. één advocaat;
d. één lid op aanbeveling van de korpschef, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Politiewet 2012;
e. drie deskundigen op een voor het vervullen van de taken van het College relevant terrein van wetenschapsbeoefening, waarvan ten minste één gerechtelijk deskundige.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026190
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl