BWBR0026106
Geldig vanaf 2009-07-16
Artikel 5
Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Sporen in Utrecht en Sporen in Arnhem
1. Het in een document vastleggen van een besluit of handeling, genomen respectievelijk verricht op grond van de artikelen 2 tot en met 3, dient te geschieden op briefpapier van ProRail met:
a. het briefhoofd ‘COÖRDINATOR VERGUNNINGEN SPOREN IN UTRECHT’, voor wat betreft het project Sporen in Utrecht;
b. het briefhoofd ‘COÖRDINATOR VERGUNNINGEN SPOREN IN ARNHEM’, voor wat betreft het project Sporen in Arnhem.
2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de functionaris, genoemd in artikel 2vermeldt aan het slot:
‘DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,’
gevolgd door de functieaanduiding ‘Manager Grondverwerving en Juridische Zaken’, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
3. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de functionaris, bedoeld in artikel 3vermeldt aan het slot:
‘DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,’,
gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
a. het briefhoofd ‘COÖRDINATOR VERGUNNINGEN SPOREN IN UTRECHT’, voor wat betreft het project Sporen in Utrecht;
b. het briefhoofd ‘COÖRDINATOR VERGUNNINGEN SPOREN IN ARNHEM’, voor wat betreft het project Sporen in Arnhem.
2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de functionaris, genoemd in artikel 2vermeldt aan het slot:
‘DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,’
gevolgd door de functieaanduiding ‘Manager Grondverwerving en Juridische Zaken’, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
3. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de functionaris, bedoeld in artikel 3vermeldt aan het slot:
‘DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,’,
gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.