BWBR0026096
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 4
Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet
1. Indien de werknemer meer dan één recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswetheeft en zich een omstandigheid, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a en b, van de Werkloosheidswet, voordoet, worden voor de toepassing van het tweede, derde en vierde lid van dat artikelde uitkeringsrechten beëindigd in de volgorde, waarin zij zijn ontstaan.
2. Het UWV neemt in afwijking van het eerste lid een andere volgorde in aanmerking, indien toepassing van dat lid tot een kennelijk onjuiste uitkomst leidt.
3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor de vaststelling van de volgorde, waarin de uitkeringsrechten worden beëindigd, uitgegaan van een samenhang tussen de werkloosheidssituaties en de reden van beëindiging van het recht op uitkering.
4. Een samenhang, als bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld aan de hand van:
a. het beroep of de beroepen van de werknemer;
b. de bedrijfstak of bedrijfstakken waarin de werknemer werkzaam is;
c. het aantal uren van de werkloosheid en het aantal uren, waarmee het uitkeringsrecht moet worden beëindigd;
d. de hoogte van het loon.
2. Het UWV neemt in afwijking van het eerste lid een andere volgorde in aanmerking, indien toepassing van dat lid tot een kennelijk onjuiste uitkomst leidt.
3. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt voor de vaststelling van de volgorde, waarin de uitkeringsrechten worden beëindigd, uitgegaan van een samenhang tussen de werkloosheidssituaties en de reden van beëindiging van het recht op uitkering.
4. Een samenhang, als bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld aan de hand van:
a. het beroep of de beroepen van de werknemer;
b. de bedrijfstak of bedrijfstakken waarin de werknemer werkzaam is;
c. het aantal uren van de werkloosheid en het aantal uren, waarmee het uitkeringsrecht moet worden beëindigd;
d. de hoogte van het loon.