BWBR0025985
Geldig vanaf 2013-11-08
Artikel 3
Regeling Dienstauto’s SZW 2009
1. Een dienstauto van een betrokkene aan wie door het bevoegd gezag toestemming is verleend om voor het afleggen van privé-kilometers te gebruiken kan gebruikt worden door de betrokkene en diens gezinsleden. De dienstauto mag in de privé-sfeer slechts door anderen dan de betrokkene of diens gezinsleden worden bereden indien de betrokkene of een gezinslid passagier is. Behoudens in situaties van overmacht kan hiervan slechts worden afgeweken met voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag.
2. Zakelijk gebruik anders dan ten behoeve van het ministerie en verhuur van de dienstauto is niet toegestaan.
3. Voor iedere met de dienstauto gereden privé-kilometer is de betrokkene een bedrag verschuldigd overeenkomstig artikel 3a, eerste lid, van het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel.
2. Zakelijk gebruik anders dan ten behoeve van het ministerie en verhuur van de dienstauto is niet toegestaan.
3. Voor iedere met de dienstauto gereden privé-kilometer is de betrokkene een bedrag verschuldigd overeenkomstig artikel 3a, eerste lid, van het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel.