BWBR0025960
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 2
Tijdelijke regeling stimulering betere dienstverlening aan bedrijven
1. De minister kan op aanvraag een voucher aan een gemeente, stadsdeel/deelgemeente of samenwerkingsverband verstrekken voor een doorlichting mits kosten worden gemaakt door een onafhankelijk adviseur.
2. De aanvraag voor een voucher in de zin van het eerste lid van dit artikel dient vergezeld te gaan van een begroting van de te maken kosten door een onafhankelijk adviseur.
3. De voucher voor een doorlichting heeft uitsluitend betrekking op de volgende noodzakelijke en rechtstreeks aan een doorlichting toe te rekenen en door een onafhankelijk adviseur te maken kosten betreffende:
a. het uitvoeren van enquêtes;
b. het advies met betrekking tot het verbeterplan.
4. Een voucher voor een doorlichting heeft een tegenwaarde van 50% van de in lid 3 genoemde kosten gemaakt tot een maximum van € 5.000,–.
5. Een voucher voor een doorlichting heeft een geldigheidsduur van een half jaar na de verstrekking.
6. In afwijking van het vijfde lid van dit artikel kan, na een daartoe gemotiveerd verzoek, eenmalig en in uitzonderlijke gevallen worden besloten tot verlenging van de geldigheidsduur van de voucher tot maximaal 3 maanden.
7. De aanvraag voor een voucher in de zin van dit artikel dient uiterlijk 1 mei 2011 te zijn ontvangen door de minister.
2. De aanvraag voor een voucher in de zin van het eerste lid van dit artikel dient vergezeld te gaan van een begroting van de te maken kosten door een onafhankelijk adviseur.
3. De voucher voor een doorlichting heeft uitsluitend betrekking op de volgende noodzakelijke en rechtstreeks aan een doorlichting toe te rekenen en door een onafhankelijk adviseur te maken kosten betreffende:
a. het uitvoeren van enquêtes;
b. het advies met betrekking tot het verbeterplan.
4. Een voucher voor een doorlichting heeft een tegenwaarde van 50% van de in lid 3 genoemde kosten gemaakt tot een maximum van € 5.000,–.
5. Een voucher voor een doorlichting heeft een geldigheidsduur van een half jaar na de verstrekking.
6. In afwijking van het vijfde lid van dit artikel kan, na een daartoe gemotiveerd verzoek, eenmalig en in uitzonderlijke gevallen worden besloten tot verlenging van de geldigheidsduur van de voucher tot maximaal 3 maanden.
7. De aanvraag voor een voucher in de zin van dit artikel dient uiterlijk 1 mei 2011 te zijn ontvangen door de minister.