BWBR0025958
Geldig vanaf 2022-02-15
Artikel 7.6
Binnenvaartregeling
1. <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 14, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het besluit</a>, is niet van toepassing voor rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype, als bedoeld in artikel 1.1voor zover varend op de binnenwateren van zone 4 of met toestemming van de vaarwegbeheerder op zone 3, en voor zover de schipper in het bezit is van:
a. het kwalificatiecertificaat schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 7.4; en
b. een verklaring van de vaarwegbeheerder houdende de vermelding voor welke wateren, behorende tot zone 3 met uitzondering van de wateren genoemd in artikel 2, eerste lid van het vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement voor zover die behoren tot zone 3 en de Maas voor wat betreft de gedeelten die behoren tot zone 3, het kwalificatiecertificaat rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype geldt alsmede de door de vaarwegbeheerder opgelegde voorwaarden waaronder op deze wateren mag worden gevaren.
2. Het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat wordt door de minister afgegeven na overlegging van een geneeskundige verklaring als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, van de wet</a>, niet ouder dan drie maanden, en:
a. het diploma Schipper rondvaartboot beperkt vaargebied, zoals opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen met de opleidingscodes 95050 of 25385, 23277 of 25676, en een bewijs als resultaat van de beoordeling bedoeld in artikel 7.1, derde lid, waaruit blijkt dat de aanvrager een vaartijd van ten minste 180 vaardagen heeft opgebouwd; of
b. de CBR verklaring praktijkexamen schipper rondvaartboot Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied ten bewijze dat het Praktijkexamen schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied met goed gevolg is afgelegd en een bewijs als resultaat van de beoordeling bedoeld in artikel 7.1, derde lid, waaruit blijkt dat de aanvrager ten minste 90 vaardagen heeft opgebouwd op een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype tijdens het praktijkexamentraject.
3. De praktijktoetsen ter verkrijging van de verklaring praktijkexamen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden slechts afgenomen wanneer de kandidaat beschikt over het CBR diploma theorie rondvaartboot, bedoeld in artikel 7.5, tweede lid, onderdeel a, en worden afgenomen met inachtneming van examenreglementen en examenprogramma’s die zijn goedgekeurd door de minister.
4. Op de aanvragen van het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat is artikel 1.4van overeenkomstige toepassing.
5. Op het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat zijn de <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 27, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">30 van de wet</a>van overeenkomstige toepassing.
6. Met betrekking tot het aantonen van zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid is op de houder van het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van het besluit</a>van overeenkomstige toepassing.
7. Het kwalificatiecertificaat en de verklaring van de vaarwegbeheerder, bedoeld in het eerste lid, zijn aan boord van het schip aanwezig.
a. het kwalificatiecertificaat schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 7.4; en
b. een verklaring van de vaarwegbeheerder houdende de vermelding voor welke wateren, behorende tot zone 3 met uitzondering van de wateren genoemd in artikel 2, eerste lid van het vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement voor zover die behoren tot zone 3 en de Maas voor wat betreft de gedeelten die behoren tot zone 3, het kwalificatiecertificaat rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype geldt alsmede de door de vaarwegbeheerder opgelegde voorwaarden waaronder op deze wateren mag worden gevaren.
2. Het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat wordt door de minister afgegeven na overlegging van een geneeskundige verklaring als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, van de wet</a>, niet ouder dan drie maanden, en:
a. het diploma Schipper rondvaartboot beperkt vaargebied, zoals opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen met de opleidingscodes 95050 of 25385, 23277 of 25676, en een bewijs als resultaat van de beoordeling bedoeld in artikel 7.1, derde lid, waaruit blijkt dat de aanvrager een vaartijd van ten minste 180 vaardagen heeft opgebouwd; of
b. de CBR verklaring praktijkexamen schipper rondvaartboot Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied ten bewijze dat het Praktijkexamen schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied met goed gevolg is afgelegd en een bewijs als resultaat van de beoordeling bedoeld in artikel 7.1, derde lid, waaruit blijkt dat de aanvrager ten minste 90 vaardagen heeft opgebouwd op een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype tijdens het praktijkexamentraject.
3. De praktijktoetsen ter verkrijging van de verklaring praktijkexamen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden slechts afgenomen wanneer de kandidaat beschikt over het CBR diploma theorie rondvaartboot, bedoeld in artikel 7.5, tweede lid, onderdeel a, en worden afgenomen met inachtneming van examenreglementen en examenprogramma’s die zijn goedgekeurd door de minister.
4. Op de aanvragen van het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat is artikel 1.4van overeenkomstige toepassing.
5. Op het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat zijn de <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 27, eerste lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">30 van de wet</a>van overeenkomstige toepassing.
6. Met betrekking tot het aantonen van zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid is op de houder van het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kwalificatiecertificaat <a href="/wet/BWBR0025631/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van het besluit</a>van overeenkomstige toepassing.
7. Het kwalificatiecertificaat en de verklaring van de vaarwegbeheerder, bedoeld in het eerste lid, zijn aan boord van het schip aanwezig.